Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 834.

rechter aan de zienswijze van zijn burgerlijken collega is er echter ook dan geen sprake.

P. 334, no. 65. — Lacoste 3e dr. p. 495.

P. 335. — Art. 391 Sv. 1886, nu art. 338. — Simons, Handl. Sv., zie nu 7e dr. p. 144—145.

P. 335, ïeg. 2—1 v. o. — In plaats van „Sv." lees: Sv. 1886; in plaats van „insluit" lees: insloot.

P. 336, reg. 3 v. b. i. f. — Toevoeging: Aan het nieuwe art. 14 Sv. is geen argument voor gebondenheid van den strafrechter meer te ontleenen, al ontkent het artikel die gebondenheid niet uitdrukkelijk, zooals de Regeering eerst had willen bepalen. Ygl. Blok-Besier (bij Inl. p. 133—135 geciteerd) I p. 85—86; Simons, Handl. Sv. 7e dr. p. 33 v. o.

P. 336, noot 1. reg. 1. — Na „6" in te voegen: 1886; reg. 2, na „6" in te voegen: was; reg. 4, in plaats van „behoeft" lees: behoefde; na „zijn" toe te voegen: onder Sv. oud (nu is art. 14 fakultatief). — De Fransche leer ten deze hangt samen met de speciale Fransche wettelijke regeling der praejudicieele kwesties. Vgl. (niet enkel voor het strafproces) o. a. Jèze in in Rev. du droit public 1913 p. 492—495, bijna = zijn Principes 3e dr. I p. 329—332.

P. 336, noot 2. — Vóór den aanhef in te voegen: Vóór het moeten nemen Binding (bij Inl. p. 18 geciteerd) II p. 357. Er tegen Saunus 1. 1. p. 69—78, 93—96.

P. 337, no. 66. — Lacoste 3e dr. p. 493—494. Vgl. ook Garraud 1. 1. VI p. 275—276; Hellwig, Syst. I p. 789 noot 3(ö).

§ 3 A. Af deeling 6 (Gebondenheid van den administratieven aan beslissingen van den civielen rechter.)

P. 337, tekst, reg. 3 v. o. — Toevoeging: Stein (bij Inl. p. 5 geciteerd) p. 120—121; Hatschek (bij Inl. p. 197 geciteerd) P- Kuttner (bij Inl. p. 5 no. 2, al. 1 i. f. geciteerd)

p. 138—216; Sauer (bij Inl. p. 279 noot i. f. geciteerd) p. 210; Duguit, Traité, 2e dr. II p. 392; Jèze, Revue 1.1. p. 478—482, Principes 3e dr. I p. 309—313.

Sluiten