Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 839.

eischende oud-lid zich beroepen op door hem uit het reglement verkregen rechten, hij niet meer was gebonden aan een bepaling in de statuten, die zou meebrengen dat de uitlegging van statuten of reglement enkel verbleef aan het bestuur der vereeniging.

P. 339, noot, reg. 2 v. o. — In plaats van „18. Vgl. aldaar nos. 9—ii" lees: 2. Vgl. Themis 1920 p. 183—189

P. 340, reg. 3 v. b. — In plaats van „op —aldaar" lees:

Themis 1920 p. 189. Zie aldaar (noot 143)

P. 340, reg. 6—15 v. b. — Deze regels zijn te lezen: Zoo ook uitdrukkelijk Rb. Leeuwarden 28 Juni 1888 W. 5657 (concl. O. M. in W. 5658). Zie nader Themis 1920 p. 190—195. — De reden dezer wijziging is dat de thans geschrapte beslissingen ten onrechte hier waren opgenomen, nu uit niets blijkt dat daarbij kerkelijke rechtspraak aanwezig werd geacht. Wel was er in de Haagsche zaak een beslissing der Synode mede over het uit de afscheiding afgeleide gevolg, namelijk verlies van het lidmaatschap, maar dit hield b.v. Rb. Leeuwarden 31 Mei 1888 W. 5644 (overweging ad I b) niet voor een daad van rechtspraak, doch van bestuur. Al kan die beschouwing worden bestreden, toch toont zij dat ook de andere beslissingen niet noodzakelijk rechtspraak behoeven te hebben aangenomen. P. 340, reg. 18 v. b. i. f. — Na „hebben" in te voegen: wat echter m. i. is te ontkennen)

C. (Gebondenheid van den staatsrechter aan korporatieve beslissingen, die geen rechtspraak zijn).

P. 341, reg. 1 v. b. — Na „XVII" in te voegen: p. 647—655 P. 341, tekst, reg. 13 v. o. — Na „e" in te voegen: , p. 486. P. 341, no. 70 i. f. — Toevoeging: Vgl. nog Hof Leeuwarden 2 Okt. 1895 W. 6720 (tiende rechtsoverweging) en 29 Mei 1889 W. 5748 (ad I i. f., concl. O. M. in W. 5706); Rb. Assen 2 Jan. 1883 W. 4881 en 5026, R. B. 1883 A p. 131; Rb. Leeuwarden 28 Juni 1886 W. 5657; Rb. Utiecht, vonnissen van 6 Juni 1888 W. 5567 en twee van 27 Juni 1888 W. 5578

Sluiten