Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 355.

wetsbepaling daaromtrent) door Maus in Annalen des Deutschen Reichs 1914 p. 242—243, hoofdzakelijk wegens de onafhankelijkheid der rechterlijke macht (1. L p. 242 litteratuur en jurisprudentie in anderen zin).

Gebondenheid van den rechter aan de constitutieve beslissingen der administratie sluit niet in gebondenheid aan het oordeel der administratie ten aanzien van de voor haar beslissing praejudicieele gegevens; zie naar aanleiding van artt. 28 en 63 Armenwet 1912 Stbl. 165 (welk laatste artikel is gewijzigd krachtens de wet van 1929 Stbl. 326), H. R. 7 Okt. 1926 W. 11568, N. J. 1926 p. 1182, met noot P. S. p. 1184; vgl. hierna bij Inl. p. 622.

P. 355, na no. 87 toe te voegen:

D bis. Gebondenheid van den rechter aan administratieve beslissingen op civielrechtelijk gebied.

87 A. Onder heerschappij van art. 36 lid 2 oud W. v. K. heeft de concl. O. M. vóór H. R. 19 Juni 1925 W. 11422 gebondenheid van den rechter aan de in gemelde bepaling bedoelde koninklijke bewilliging in dezen zin aangenomen dat na die bewilliging de rechter de naamlooze vennootschap als wettig bestaande zou moeten aannemen. Anders implicite het arrest zelf en uitdrukkelijk de noot 1 van Mff. in W. 1. 1.

87 B. De door den Octrooiraad ten aanzien van octrooiverleening genomen beslissingen zijn voor den rechter bindend, zoolang daaraan niet de kracht is ontnomen in de gevallen der artt. 51—53 wet 1910 Stbl. 313 [tekst 1921 Stbl. 1150] door de Haagsche Rechtbank ingevolge art. 54 dier wet.

Hof Amsterdam 20 Nov. 1928 W. 11914, bevestigend Rb. Amsterdam 25 Juni 1926 W. 11661, N. J. 1926 p. 1277 (implicite van oordeel dat de Rechtbank geen uitbreiding mag geven aan den omvang van een oktrooi, zooals dat door den Octrooiraad is verleend en vastgesteld).

E (Gebondenheid van den rechter aan leggers van wegen, enz.). — Bij het opschrift een noot: Zie wetsontwerp wegenwet met

Sluiten