Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■Dij <

P. 355.

bijbehoorende stukken, Bijl" Handel" Tweede Kamer 1927—1928 no. 362, 1928—1929 no. 75, 1929—1930 no. 24. Over het in 1916 verschenen ontwerp wegenwet der Staatscommissie van 1892, Gombault in T. v. S. 29 p. 77—106. Ygl. denzelfde in Themis 1929 p. 195—207, mede over het ontwerp der Regeering.

E (I. De leggers en de onderhoudsplicht).

P. 355, noot 1. — Schepel, 2e dr. p. 316.

P. 356, reg. 6 v. b. — Na „Redaktie" in te voegen: Verder Gombault in T. v. S. 27 p. 53—54 jis p. 62—65 en 83—86, • 29 p. 95—103 (over de kracht der leggers voor onderhoudsplicht en openbaarheid).

P. 356, al. 3, reg. 2. — Na „H. R." in te voegen: 28 Nov. 1927 W. 11771 p. 2—3, N. J. 1928 p. 89; 17 Okt. 1927 W. 11738 p. 3—4, N. J. 1927 p. 1446 (de rechter mag niet nagaan of het met de vaststelling van den legger belaste administratief gezag het in het provinciale reglement gegeven richtsnoer heeft in acht genomen); H. R. 29 Nov. 1915 W. 9895 p. 2 tol. i—2, N. J. 1916 p. 299, casseerend Rb. Zutphen 3 Febr. 1915 W. 9753. Vgl. nog (hoewel het arrest speciaal de vraag betrof naar het publiekrechtelijk karakter van den onderhoudsplicht) het slot van H. R. 12 Juni 1911 W. 9203, R.spr. 218 § 35, te beschouwen in verband met het in de concl. O. M. vermelde art. 22 van het betrekkelijke reglement, waarbij vgl. Inl. p. 374—375. In dit arrest van 1911 spreekt de H. R. van het oordeel over de vraag, of de onderhoudsplicht terecht is opgelegd. Dat is een andere vraag dan die, of genoemde plicht terecht aanwezig is geacht. Wegens een gelijke reglementsbepaling was ook het arrest van 1915 van meening dat de legger onderhoudsplicht oplegde. Ten onrechte noemt Gombault T. v. S. 27 p. 87—88 onder de hier bedoelde jurisprudentie ook H. R. 24 Dec. 1906, vermeld Inl. p. 344—345 (no. 76). Dat arrest heeft niet te maken met de kracht der leggersten opzichte van den onderhoudsplicht. — Behalve het boven genoemde arrest van 29 Nov. 1915 wees de H. R. op denzelfden

Sluiten