Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 382.

eenigbaar zou zijn een zelfstandig opleggen van dien plicht door het waterschap, dat dan in strijd met genoemd art. 13 rechter zou worden in eigen zaak. M. i. miskent deze argumenteering het verschil tusschen wetgeving bij verordening en rechtspraak. Zij wordt dan ook gewraakt in de concl. O. M. vóór H. R. 10 Febr. 1911 W. 9139, R.spr. 217 § 14, waarin tevens wordt gezegd dat de waterschappen thans aan art. 1 der wet van 1895 Stbl. 139 de bevoegdheid ontleenen tot het opleggen van onderhoudsplicht. Echter heeft de H. R. bij dit arrest anders beslist en geredeneerd uit art. 190 Giw. 1887 i. v. m. art. 15 der wet van 1902, met verwerping der cassatie tegen gemeld Rotterdamsch vonnis, welks moti\eeiing de H. R. overigens ter zijde heeft gelaten. Zie nu ook in den geest van dit arrest van 1911 H. R. 15 Nov. 1926 W. 11604, N. J. 1926 p. 1368. Insgelijks Ged. Staten Groningen 24 Aug. 1911 W. B. A. 3246 p. 1—2; Kon. Besluiten 23 Aug. 1911 no. 31 W. B. A. 3252, 28 Dec. 1911 no. 16 W. B. A. 3268, 12 Maart 1913 no. 25 W. B. A. 3331, 19 Jan. 1916 no. 39 W. B. A. 3478. Hiertegen F. G. Scheltema, Overheidszorg voor waterstaatswerken, diss. Groningen 1916 p. 93. Ook het Kon. Besluit van 7 Aug. 1922 no. 31 P. V. 1922 p. 166 was van oordeel dat artt. 1 j° 4 der wet van 1895 den waterschappen niet de bevoegdheid geeft aan onderhoudsplichtigen nieuwe

lasten op te leggen.

P. 382, reg. 16 v. o. — Na „beteekenis" in te voegen: Vgl. de twaalfde overweging van Ktg. Hilversum 29 Juni 1917 \\ . 10186.

P. 382, reg. 3 v. o. — Bij „90" een noot: Daarbij vgl. W. B. A. 3084 p. 3. In den geest der hier in den tekst vermelde arresten, nu echter geen onderhoudsplicht betreffend, ook H. R. 22 Juni 1908 W. 8733, G.st. 2978 (10°), W. B. A. 3093. Zie over art. 239 Gem.wet P. v. Amstel in W. B. A. 3128—3129 en vgl. diss. F. G. Scheltema (zooeven geciteerd) p. 92—93, W. B. A. 3198 p. 2, Kon. Besluit 16 Juni 1911 Stbl. 148, Ged. Staten Zuid-Holland P. V. 1 p. 591. Terwijl de Inl.

Sluiten