Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 387.

P. 887, reg. 17 v. o. — Na „1857" in te voegen: (vgl. echter het bij Inl. p. 389 te vermelden arr. H. R. van 10 Mei 1920).

P. 387, reg. 1 v. o. — Art. 153 Grw. 1887, nu art. 154.

P. 388, reg. 1 v. o. — Toevoeging: Vgl. ook het bij p. 389 te vermelden arr. H. R. van 10 Mei 1920.

P. 389, reg. 15 v. b. — Na „R. O." in te voegen: no. 17d, verwijzing naar R. Mag. 1921 p. 369—372.

P. 389, reg. 17 v. b. — Toevoeging: H. R. 10 Mei 1920 W. 10578, N. J. 1920 p. 593, nam aan dat, verzet iemand, gedagvaard wegens het versperren van een openbaar voetpad, zich bij den administratieven rechter tegen het handhaven op den legger van het voetpad als zijnde dit niet openbaar, uit dit verzet niet noodzakelijk volgt het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht, daar de beslissing van den administratieven rechter hierover ligt buiten het terrein van het burgerlijk recht.

P. 390, al. 1 ï. f. — Toevoeging: Vgl. Ktg. Leiden 14Nov. 1927 W. 11853; Ktg. Tiel 21 Dec. 1914 W. 9722, te vermelden bij Inl. p. 397.

P. 390, al. 2 i. f. — Toevoeging: Vgl. Ktg. Winschoten 1 Okt. 1873 W. 3673.

P. 392, reg. 9 v. b. — Na „Grw." in te voegen: 1887

P. 392, reg. 6 v. o. — Na „2" in te voegen: alsmede, pro en contra, M. S. en S. S. in G.st. 1807 p. 3 kol. 1, 1808 p. 2 kol. 3, 1809 p. 3 kol. 1, 1810 p. 2 kol. 2.

P. 392, reg. 3 v. o. — Na „5" in te voegen: en Rb. Utrecht 11 Mei 1910 W. 9267 wegens de strekking, die het plaatsen op den legger naar het Utrechtsche reglement heeft. Anders echter in appèl het dit vonnis vernietigend arr. Hof Amsterdam 20 of 21 Febr. 1913 W. 9468, N. J. 1913 p. 591, G.st. 3225 (10°), W. P. N. R. 2286. Het Hof was van oordeel dat die strekking wel was het vaststellen van den onderhoudsplicht, doch niet van de openbaarheid, op welk laatste punt de legger slechts de meening van Ged. Staten weergaf. Zie de bestrijding dezer uitlegging van het reglement door den

Sluiten