Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aii

P. 396.

lem 13 Juni 1916 W. 10121, N. J. 1916 p. 1280. Opmerking bij dat vonnis: het gebruik ten publieken dienste kèin somtijds van dien aard zijn dat het elk gebruik door een ander uitsluit. Maar is dat niet het geval, dan is er geen reden de mogelijkheid te ontkennen van bezitsdaden, dus ook van bezit als eigenaar door een partikulier.

P. 397, reg. 1 v. b. — Toevoeging: In gelijken geest H. R. 5 Okt. 1908 W. 8753, R.spr. 210 § 1, G.st. 2982, W. B. A. 3110; 15 Maart 1915 W. 9803, N. J. 1915 p. 752, de cassatie verwerpend tegen Ktg. Tiel 21 Dec. 1914 W. 9722. Gombault geeft in T. v. S. 27 p. 120 jis p. 117 vv. een verkeerde voorstelling van de strekking van het arrest van 1915; daaromtrent zie R. F. in W. 9861 p. 4 kol. 1 noot 1. T. v. S. 29 p. 145— 146 leest Gombault in het Inl. p. 397 vermelde arr. H. R. van 11 Maart 1907 een hoogstwaarschijnlijk niet bedoelde afwijking van de vroegere jurisprudentie. — Vgl. nog H. R. 13 Febr. 1911 W. 9148, R.spr. 217 § 15, G.st. 3115 en R. F. in W. 9861 p. 3 kol. 3. — Bij deze jurisprudentie is nu te wijzen op H. R. 3 Febr. 1928, 29 Okt. 1928 en 4 Maart 1929, bij Inl.

p. 398 te vermelden.

P. 397, reg. 2 v. b. i. f. toe te voegen: E no. 294 P. 397, reg. 3 v. b. i. f. toe te voegen: 20 Dec. 1926 W. 11635, N. J. 1927 p. 56; 20 Mei 1912 W. 9349 p. 1 kol. 1, R.spr. 221 § 13; 13 April 1909 W. 8862, P. v. J. 850, G.st. 3017 (10°),

de slotoverweging.

P. 397, reg. 11 v. b. — Na „671" in te voegen: Zie voorts H. R.

1 Nov. 1920 W. 10652 p. 1 kol. 1—3, N. J. 1920 p. 1207. P. 397, tekst, reg. 1 v. o. — Na „ook" in te voegen: diss.

Kaheelingh Onnes (bij Inl. p. 394 geciteerd) p. 70 en P. 397, noot 1. — Na „aldaar" in te voegen: no. 140 j° no. 69 P. 398, reg. 6 v. b. i. f. toe te voegen: Hof Arnhem 22 Dec. 1915 W. 9939, W. B. A. 3546, 4 Mei 1910 W. 9079; 25 Mei 1904 W. 8099, G.st. 2765; speciaal voor het niet reklameeren Hof 's-Gravenhage 7 Juni 1920 N. J. 1920 p. 990 en Hof

Sluiten