Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

!VJ

Bij

P. 401.

Bij Hoofdstuk XVI (Beoordeeling der rechtmatigheid

van bestuursdaden).

§ 1 (De competentie voor de bestuursdaad).

P. 401, noot. — Laferrière, 2e dr. I p. 477—478. — De blzz. van O. Mater, le dr. zijn niet overgenomen in den 3n dr. — Ygl. nogP. Andersen, Ungiiltige Verwaltungsakte(1924, Duitsche vertaling uit het Deensch, 1927) p. 3—8 jis p. 9—39, speciaal p. 27—28 en de daar geciteerden.

P. 402, reg. 11 v. b. — Na „9" in te voegen: ; ook Hooggerechtshof 's-Gravenhage 31 Dec. 1817, vermeld Themis 1917 p. 352—353.

P. 402, noot, al. 1. — Laferrière, 2e dr. 1 p. 478—480. —Aan die al. toe te voegen: Ygl. nog W. Jellinek (Inl. p. 443geciteerd) p. 56 v. b. (b); Michoud, bij Inl. p. 58 geciteerd, p. 79—80.

P. 403, tekst, reg. 10 v. o. — In plaats van „E" lees: Cno. 12, verwijzingen

P. 403, noot 1. — Toevoeging: Vgl. het Duitsche RG. 4 Mei 1909, vermeld R. Mag. 1909 p. 650—651.

P. 404, noot. — Toevoeging: Bij het in den tekst gezegde vgl. G. Jellinek, Syst. der subj. öffentl. Rechte, 2e dr. p. 241—244.

P. 405, al. 1 i. f. — Toevoeging: Zie verder Rühl en de andere bij Inl. p. 319 al. 1 genoemden (van Bernatzik p. 204—219, van G. Jellinek, Syst. p. 226—227 noot 1, vgl. W. Jellinek, Inl. p. 443 geciteerd, p. 104 v. o. ja p. 112 v. b.).

P. 405, noot 2 al. 1. — De plaats bij Oppenheim is in den 5" dr. vervallen ten gevolge van de gewijzigde regeling der reclames op gemeentelijke belastingaanslagen. — Aan die al. 1 toe te voegen: , W. B. A. 3139 p. 3 kol. 1.

P. 406, no. 3 i. f. — Toevoeging: Tegen gemeld arrest is het beroep in cassatie verworpen door H. R. 19 Juni 1908 W. 8722, R.spr. 209 § 27, P. v. J. 766, W. B. A. 3091 (vgl. bij Inl. p. 440).

c. Toepassingen van het in nos. 1—2 aangaande overschiijding der competentie gezegde bij Rb. Middelburg 20 Okt. 1880

Sluiten