Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J31J

P. 406.

(Inl. p. 413 geciteerd) en bij Ktg. Alphen 5 Juli 1911 W. 9205.

P. 406, noot. — Toevoeging: Vgl. Tezner, Theoriën (Inl. p. 616 geciteerd) p. 279—280, noot 168, die m. i. een te eng begrip aangeeft van de (in)competentie der administratie, al is de door hem bestreden Fransche opvatting weer te ruim. Ygl. o. a. Michoud (bij Inl. p. 58 geciteerd) p. 79 ja p. 80; Preuss. Ob. Yerw.gericht 3 Jan. 1905, Entsch. Pr. Ob. Y.ger. 46 p. 442 (448—450), D. Jur. Zeit. 1905 kol. 606-607; Jellinek (Inl. p. 443 geciteerd) p. 29—32, 35—36 jis p. 54—59,93—99. Jèze, Principes (bij Inl. p. 276 geciteerd) 3e dr. II (1930) p. 178—195 geeft eenige algemeenheden ten beste over de competentie in bet publieke recht.

P. 408, al. 2 i. f. — Toevoeging: Zie ook Rb. Rotterdam 3Dec. 1888 W. 5652, P. v. J. 1889 no. 35.

P. 408, noot, reg. 7. — Na „Armenwet" in te voegen: 1854.

P. 409. § 2 {De rechtmatigheid van bestuursdaden, afkomstig van het bevoegd gezag).

P. 409, tekst, reg. 6 v. o. — „a." in te voegen: Ygl. de kritiek op het arrest in G.st. 716 p. 2 kol. 1 v. b.

P. 409, tekst, reg. 3 v. o. —Toevoeging: Ygl. ook de overweging van Rb. Roermond 18 Aug. 1887 R. B. 1888 C p. 3 dat het uitsluitend aan de uitvoerende macht is te beoordeelen of er termen zijn iemand tot een openbare betrekking te benoemen. Hier hield de Rechtbank de wettigheid en de opportuniteit der benoeming niet uiteen, maar wegens haar verband met hetgeen in het vonnis voorafgaat sloeg de overweging kennelijk op de wettigheid. Vgl. voorts Rb. Breda 12 Jan. 1926 W. 11568: de rechter mag bij zijn beslissing over een vordering van een gemeentesekretaris tegen de gemeente tot uitbetaling der wedde voor den tijd, waarvoor eischer door den (hiertoe competenten) Gemeenteraad was geschorst, de rechtmatigheid van het schorsingsbesluit niet beoordeelen.

P. 410, reg. 4 v. o. — Na „XIX" in te voegen: no. 6

Sluiten