Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 423.

— Bij het in deze al. 1 gezegde vgl. in verschillenden zin P. Scholten in W. P. N. R. 2326, 2327, 2328, p. 371, 2347 p. 582—583, 2348 en Drucker in R. Mag. 1916 p. 249—259 j° 1919 p. 347—349. Zie voorts Hof's-Gravenhage 22 Jan. 1912 W. 9330.

P. 423, noot, al. 2 i. f. — Toevoeging: B.v. bij de bestemming door een gemeente van een stroomend water, als bedoeld in art. 676 B. W., tot riool; vgl. Hof *s-Hertogenbosch 7 April 1914 W. 9617, N. J. 1914 p. 461.

P. 424, reg. 7 v. b. — Na „2835." in te voegen: Zie ook implicite H. R. 26 April 1912 W. 9376, R.spr. 220 § 90, W. B. A. 3315 en het daarbij gecasseerde arrest Hof Arnhem 5 Sept. 1911 W. 9240.

P. 425, tekst, reg. 9 v. o. — Na „zocht." in te voegen: Zie implicite ten opzichte van een door Hof en Rechtbank als burgerrechtelijk aangemerkte concessie, waarop volgens eischeres inbreuk zou zijn gemaakt door een bestuursdaad der concessiegevende en nu gedaagde gemeente, Hof Leeuwarden 3 Nov. 191$ W. 9884, N. J. 1915 p. 1121, W. B. A. 3506 en het vonnis a quo, Rb. Groningen 26 Juni 1914 W. 9654. P. 425, noot. — Toevoeging: Anders is het ook met Hof Amsterdam 23 Nov. 1888 W. 5656. P. v. J. 1889 no. 10, bevestigend Rb. Amsterdam 1 Febr. 1887 W. 5654 (5655), P. v. J. 1887 Bijbl. 11.

P. 426, tekst, reg. 1 v. o. — Toevoeging: In gelijken geest Rb. Heerenveen 12 Dec. 1913 N. J. 1915 p. 27 en in appel Hof Leeuwarden 13 Jan. 1915 W. 9777 en 9819, N. J. 1916 p. 1049, W. B. A. 3460.

P. 427, reg. 16 v. o. — Na „ook" in te voegen: Hof's-Hertogen-

bosch 7 April 1885 W. 5224, G.st. 1793, W. B. A. 1907, P. 428, tekst, reg. 4 v. o. - Na „1761." in te voegen: Ygl. ook H. R. 15 Jan. 1897 W. 6919, R.spr. 175 § 11, v. d. Hon. B. R. 63 p. 29, P. v. J. 1897 no. 22, W. B. A. 2494.

P. 429, al. 1 i. f. — Toevoeging: Zie ook het door de Vries in

Sluiten