Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 433.

p. 422 v. o. Yoorts den Luikschen Proc.-Gen. Meijers in La Belgique Judiciaire 1922 kol. 67, 73—75 jis kol. 84—88 en de daar geciteerde Belgische jurisprudentie.

P. 434, no. 13, reg. 5. — Na ,,158. —" in te voegen: Voor Duitschland vgl. RG. 21 Sept. 1908 D. Jur. Zeit. 1908 kol. 1223;

P. 434, tekst, reg. 9 v. o. — Na „schendt." in te voegen: In gelijken geest H. R. 7 Mei 1915, geciteerd Inl. p. 684—685 (vgl. voor het gecasseerde Haarlemsche vonnis 1. 1. p. 691).

P. 435, reg. 4 v. b. — Toevoeging: Ook, implicite, Rb. Rotterdam 30 Juni 1914 W. 9742.

P. 437, noot, reg. 5. — Na „R. O." in te voegen: F in no. 2a (p. 75 v. o.—76).

P. 438, no. 14 i. f. — Toevoeging: Vgl. voorts de bij Inl. p. 349, no. 79 i. f., vermelde beslissingen Hof Leeuwarden 11 Maart 1914, Rb. 's-Gravenhage 18 Juni 1913, Rb. Amsterdam 30 April 1912 (in verband met Hof Amsterdam 6 Dec. 1912), alle betreffende onteigening. Verder zie o. a. Hof Amsterdam 22 April 1924 W. 11198, N. J. 1925 p. 12.

P. 439, tekst, reg. 10 v. o. — Na „2445" in te voegen: (tegen welk arrest H. R. 11 Dec. 1896 W. 6899, R.spr. 174 § 45, v. d. Hon. B. R. 62 p. 353, P. v. J. 1897 no. 14, G.st. 2363, W. B. A. 2483, de cassatie heeft verworpen)

P. 439, tekst, reg. 1 v. o. — Toevoeging: Evenals het Hof implicite ook Rb. Groningen 26 Jan. 1894 W. 6562, P. v. J. 1894 no. 15, G.st. 2210, W. B. A. 2330.

P. 439, noot. — Toevoeging: Vgl. echter voor Duitschland RG. 27 Okt. 1893 E. C. S. 32 p. 133.

P. 440, reg. 7 v. b. — Toevoeging: In gelijken geest als het Inl. geciteerde arrest Hof Leeuwarden overwoog H. R. 19 Juni 1908 (Inl. p. 447 geciteerd) dat de burgerlijke rechter, geroepen te beslissen of de Staat aan eischer riddersoldij schuldig was en dus of de onthouding daarvan terecht was geschied, had te beoordeelen of het besluit van den Gouverneur-Generaal tot ontneming der decoratie ten gevolge kon hebben het ophouden

Sluiten