Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bii

P. 452.

zien van art. 125 c Rv. (laatste lid) afgeleid dat de Rechtbank gebonden is aan het oordeel van den Kantonrechter, die zijn meewerking heeft geweigerd op motief dat de vordering niet voortspruit uit een arbeidscontract. M. i. volgt uit bedoelde bepaling wel dat de Rechtbank de weigering van den Kantonrechter niet ongedaan kan maken, maar niet dat zij van de juistheid der meening van den Kantonrechter moet uitgaan, als bij haar een exceptie van incompetentie wordt voorgesteld, wat in de zaak van 1925 het geval was.

P. 452, reg. 9 v. b. — Toevoeging: Ktg. Rotterdam 14 Maart 1928 W. 11900, N. J. 1928 p. 1475, overwoog ten aanzien der in art. 65 (4°) oud Armenwet aangeduide beschikking der Rechtbank, in appèl gegeven, dat de rechtsgeldigheid dier beschikking door den Kantonrechter niet mocht worden beoordeeld bij zijn beslissing op de vordering tegen den in dat art. 65 (1°) bedoelden derde tot betaling van het door dezen derde uit te keeren bedrag, nu geen wettelijke bepaling den Kantonrechter die beoordeeling opdroeg. Hier was de nietigheid der beschikking van de Rechtbank beweerd op grond dat de onderhoudsplichtige niet in kennis was gesteld van het bij de Rechtbank aangebracht appèl en niet door haar was gehoord. Haar beschikking was er eene in voluntaire jurisdiktie. M. i. was de Kantonrechter gerechtigd het opgeworpen geschilpunt te beoordeelen, waarbij hij in deze zaak dan had te overwegen dat de Rechtbank art. 65 niet had overtreden. — Naar aanleiding van dat artikel vgl. hierna bij Inl. p. 474 al. 1 i. f.

Ook in strafzaken komen daden van voluntaire jurisdiktie voor. M. i. zijn ze ook daar materieel daden van administratie (verricht door den strafrechter). Ygl. Blok-Besier (bii Inl. p. 133— 135 geciteerd) II op art. 353 Sv. Tot genoemde daden behoort de machtiging, bedoeld in art. 29 Tarief Sz., zie bij Inl. p. 305.

§ 5. (Het toetsingsrecht voor verordeningen).

P. 452 tekst, reg. 4 v. o. — Toevoeging: E. H. Perreau, Technique de la jurisprudence en droit privé I p. 89 — 90 zegt dat,

Sluiten