Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJ

P. 452.

terwijl in Frankrijk de rechterlijke macht het toetsingsrecht voor verordeningen algemeen erkent, het Tribunal desConflits het enkel aanneemt voor den strafrechter (Confl. 29 Juli 1916 S. et P. 1917. 3. 1. met noot Haüriou, vgl. noot Duguit S. et P. 1918. 1. 73) en dat de Conseil d'Etat dit recht den burgerlijken rechter slechts in belastinggeschillen toekent (Conseil d'Etat 4 Sept. 1856 D. P. 1857. 3. 30).

P. 452, tekst, reg. 1 v. o. i. f. — Toevoeging: no. 8.

P. 452, noot 3. — Art. 121 Grw. 1887, nu art. 122.

P. 453, reg. 6—7 v. b. — Oppenheim, 5e dr. I p. 377—385

P. 453, reg. 8 v. b. — Na „171" in te voegen: Suyling, Inl. 1.1. I, 1, 2e dr. (1927) p. 12, met opgaaf van litteratuur in noot 3 (noot 2 over het toetsen van wetten aan de Grondwet).

P. 453, reg. 11 y. o. — Bij „administratie" een noot: Tegen die anomalie H. v. Sonsbeeck, Proeve over de zelfstandigheid en onafhankelijkheid der regterlijke magt (1829) I p. 200 — 205. Zie voor Frankrijk Réglade in Revue du droit public 1923 p. 393 vv., waaruit blijkt dat daar tegenwoordig de leer van Chauveau-Adolphe niet wordt gehuldigd. — De bedoelde anomalie wordt ook gewraakt door Rb. Leeuwarden 11 April 1929 N. J. 1930 p. 114, maar de Rb. deed dat ter gelegenheid van het onderzoek naar haar competentie, die toch eerst moet worden aangenomen voordat er kwestie kan zyn van toetsingsrecht. Vgl. nog bij Inl. p. 444 over de, o. a. ook in dit verband door de Rb. gemaakte gelijkstelling van nietig- of krach- ■ teloosyerklaring en buiten effekt stellen ten aanzien van den aanvrager. Zie mede bij Inl. p. 517.

P. 454, reg. 13—14 v. b. — Oppenheim, 5e dr. I p. 379—380

P. 454, tekst, reg. 12 v. o. — Schepel, 2e dr. p. 174 noot. — Hierna toe te voegen: H. R. 17 Jan. 1910 W. 8975 p. 1—2, P. v. J. 931, G.st. 3056 (6°), W. B. A. 3186: een middel van cassatie, dat geen formeele bezwaren tegen de verordening oppert, doch enkel is gericht tegen inhoud en strekking der

Sluiten