Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 454.

verordening als geheel, zonder bijzondere toepassing op het punt, waarover het geding loopt, kan niet leiden tot cassatie der aangevallen rechterlijke uitspraak, daar de beoordeeling der verordening als geheel, zonder dat er formeele bezwaren worden aangevoerd, niet is opgedragen aan de rechterlijke macht, maar uitsluitend aan de Kroon. In gelijken geest H. R. 11 Nov. 1912 W. 9414, R.spr. 222 § 17 en 30 Juni 1918 W. 9524, N. J. 1913 p. 1086, W. B. A. 3373.

P. 455, reg. 8 v. b. — Na „onverbindbaar is" in te voegen: Vgl. H. R. 3 Juni 1912 en de polemiek, geciteerd bij Léonv. Praag no. 57 op art. 4 A. B.

P. 457, tekst, reg. 8 v. o. — Bij „instruktienormen" een noot: Als zoodanig kan worden aangemerkt art. 43 van het verdrag nopens de wetten en gebruiken in den landoorlog. Dit verdrag (Ned. Stbl. 1910 no. 73, vierde verdrag, vgl. Stbl. 1900 no. 163) is in België goedgekeurd bij een wet van 25 Mei—8 Aug. 1910. Het Belgische Hof van Cassatie, arrest van 20 Mei 1916 Pasicr. beige 1915. 1. 380 (436), D. Jur. Zeit. 1916 kol. 661— 662, meende dat de nationale rechter zijn rechtsmacht zou overschrijden ]door te onderzoeken, of een van den bezetter van het land afkomstige verandering der wetgeving aan de vereischten van genoemd art. 43 voldoet. Het argument van het Hof, dat dit betreft de verhouding der Staten onderling, gaat na. i. niet op, daar de nationale rechter ook praejudicieele vragen van volkenrecht heeft te onderzoeken, terwijl buitendien de Belgische wet van 1910 de verdragsbepaling had gemaakt tot eene van nationaal recht. Maar wèl kan men met het Hof van Cassatie volhouden dat genoemd art. 43 enkel een internationale sanktie meebrengt en niet onverbindbaarheid der daarmee strijdende verordeningen. Buitendien bedoelt het artikel met „volstrekte verhindering" mede redenen van politieke of militaire noodzakelijkheid, dus doelmatigheidsoverwegingen, waaromtrent vgl. Inl. p. 464 en 604 — 605 noot.

i P. 457, noot. — Ten aanzien van art. 171 Prov. wet en art. 156

Sluiten