Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 460—461.

tenaar een bevel van zijn meerdere op eigen risiko onopgevolgd kon laten op motief dat het z. i. onwettig is. M. i. gaat het niet aan zulk een destruktief beginsel voorop te zetten. In het door K. herhaaldelijk gememoreerde geval van Köpenick was er geen bevel van een meerdere. Wel is het mogelijk dat bij uitzondering het bevel van een meerdere in zóó fiagranten strijd is met de wet dat de ondergeschikte ambtenaar zeker kan zijn bij het niet opvolgen van het bevel gelijk te zullen krijgen, maar op zulke zeldzame gevallen kan kwalijk een theorie worden gebouwd. In den regel heeft de ondergeschikte ambtenaar te gehoorzamen aan het bevoegdelijk gegeven en formeel wettige bevel van zijn meerdere. — Jèze, Les Principes 3e dr. III p, 77 (3°)—p. 78 deelt Kelsen's zienswijze enkel voor het geval van détournement de pouvoir door den superieur.

P. 462, noot 2, reg. 9 i. f. — Na „Vgl." in te voegen: A. Meekl, Allgem. Ver walt.recht (1927) p. 197—201; Kelsen, Allgem. Staatslehre p. 289.

P. 462 noot 2, reg. 10. — Na „33" in te voegen: en het Supplem. op dat no.

P. 463 noot 3, reg. 3. — Na „vlgg." in te voegen: Vgl. Oppenheim in H. N. J. V. 1912 I p. 64—65.

P. 463 noot 4. — v. Hamel, 4e dr. p. 250.

P. 464, al. 2 i. f. — Toevoeging: Vgl. het slot der noot in Supplem. bij Inl. p. 457.

P. 464, no. 21 i. f. — Hierna no. 21 A: Over de bevoegdheid des rechters een regeeringsmaatregel aan het volkenrecht te toetsen zie J. Kosters, Les fondements du droit des gens(1925), Bibliotheca Visseriana 4, IX, p. 272—273. — Over 's rechters toetsingsrecht der wetten en bestuursdaden van een vreemden Staat Kunz in Z. I. R. 32 p. 26—35. Vgl. ook Inl. p. 500— 502 noot i. v. m. L. v. Praag, Juridiction nos. 113 vv., waarbij vgl. Ch. de Visser in R. D. I. L. 1922 p. 322—335 en v. Praag aldaar 1923 p. 446—454.

P. 465, reg. 3 v. b. — Na „alsmede'" in te voegen: Teding van

Sluiten