Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 483.

samenstelling van een publiekrechtelijk college. Vgl. de gevallen, berecht door Ktg. Enschedé, vonnissen van 6 Dec. 1917 A. R. B. 2 p. 356 en van 13 Dec. 1917 W. 10209. De Kantonrechter achtte de huurcommissie wegens haar onwettige samenstelling onbevoegd. In de gegeven gevallen zou het doel der wet zijn verijdeld, als de begane onwettigheid door de vingers was gezien. Daarom had m. i. de beslissing moeten zijn dat er geen huurcommissie rechtens bestond. Dan kon onbevoegdverklaring van een rechtens niet bestaand lichaam niet de juiste beslissing zijn. En zij zou evenmin te pas komen, als er geen radikale nietigheid moest worden aangenomen.

P. 483, tekst reg. 2 v. o. — Toevoeging: Aangaande de koninklijke benoeming van een rechter zie Hof Limburg 19 Dec. 1873 en concl. O. M. vóór H. R. 23 Maart 1874, beide vermeld op art. 29 R. O.

P. 484 al. 2. — Toevoeging: Ygl. ook Hof Arnhem 30 Maart 1910 W. 9076, W. P. N. R. 2150 (wettelijke formaliteiten). Anders wegens art. 386 B. W. voor de benoeming van een voogd door den Kantonrechter, terwijl er reeds een wettelijke voogd was, Rb. Alkmaar 20 Febr. 1913 W. 9594, N. J. 1913 p. 1071. Ygl. bij Inl. p. 452 reg. 4 v. b.

P. 485 al. 1 i. f. — Hierbij een noot: Ygl. Ktg. Sliedrecht 14 Sept. 1917 W. 10160, N. J. 1917, p. 997, radikale nietigheid aannemend van de onwettige benoeming tot voorzitter eener huurcommissie en dientengevolge van de door die commissie gegeven beschikking.

P. 486 al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. nog H. R. 3 Nov. 1863 R.spr. 75 § 12, v. d. Hon. Sr. 1863 p. 339, in een strafzaak weigerend de wettigheid te onderzoeken der benoeming van een veldwachter, wiens proces-verbaal werd aangetast op motief dat hij als niet-Nederlander niet benoemd had mogen worden. De Hooge Raad achtte de administratieve macht uitsluitend bevoegd tot dit onderzoek. Verder zie Rb. Roermond 18 Aug. 1887, geciteerd bij Inl. p. 409 reg. 3 v. o.

Sluiten