Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hl

Bij

P. 490.

der Bank, nu deze niet meer door den Ongevallenrechter kon worden vernietigd, daarom ook niet meer incidenteel kon worden betwist en onderzocht bij een terugvordering van betaalde premies. Dat de werkgever tegen de beschikking der Bankop geen andere wijze kan reageeren dan die, welke Ongevallenwet en Beroepswet aangeven, zeggen die wetten niet. Maar kennelijk was de Hooge Raad van oordeel dat dit het stelsel dier wetten is. Denkt men hierover anders, dan kan men toch bezwaar hebben tegen de, overigens van elkaar verschillende, motiveeringen, gebezigd door Rechtbank en Hof. Vgl. hieibij v. d. Grinten in W. 9205 p. 4, die opmerkt dat de beslissing der Bank deklaratief was, terwijl de Hooge Raad haar als constitutief behandelde. Dit was in het stelsel van den Hoogen Raad niet inconsequent, maar m. i. wèl dat hij het onverschillig achtte of een latere beslissing der Bank.bedoeld had zich zelf terugwerkende kracht toe te kennen. Immers in het stelsel van den Hoogen Raad zou dan ook die latere beslissing als onaantastbaar zijn te eerbiedigen en had deze de vroegere achteraf van haar kracht beroofd.

P. 491 tekst, reg. 7 en 8 v. o. — O. Mayek I, 3e dr. p. 95—96 en p. 233 (verwijzend naar p. 95—96).

P. 491 tekst, reg. 4—2 v. o. — Laband II, 5e dr. p. 196 noot en p. 106 met noot 3.

P. 491 tekst, reg. 4 v. o. — Na „1" in te voegen: Vgl. Hatschek

1. 1. p. 10.

P. 491 noot. — In plaats van „zal intusschen na" lees: zou bij. — Tusschen „de" en „voorgenomen" in te voegen: in 1905. Na • „Sv." in te voegen: 1886. — Toevoeging aan die noot: Vgl. overigens Andersen 1. 1. p. 399—406 jis p. 410 v. o. 411 v. b. en p. 411 v. o.

P. 492 tekst, reg. 2 v. o. — Na „119" in te voegen: Kormann in Annalen des Deutschen Reichs 1912 p. 49(111°); Fleiner (bij Inl. p. 472 noot 2 i. f. geciteerd), wiens stelsel mij inconsequent toeschijnt

Sluiten