Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tfij

P. 519.

Bij Hoofdstuk XVII {De rechter tegenover liet eindoordeel

van anderen).

De litteratuur over dit onderwerp is Inl. p. 614—616 vermeld en wordt hieronder (zie bij die blzz.) aangevuld. Yan de Nederlandsche schrijvers vooral J. J. Boasson, De rechter tegenover de vrijheid der administratie, diss. Leiden 1911 (vgl. Struycken in W. 9183 p. 8, Red. in G.st. 3124,1° en 3125, 1°, Reuyl in R. Mag. 1912 p. 177—182, Red. in W. B. A. 3279, 3280).

P. 519 § 1 (Hoofdstuk XVII tegenover hoofdstuk XVI en zijn indeeling).

P. 519 noot, reg. 2. — Na „oordeel" in te voegen: Anders

H. Mannheim, Beitrage zur Lehre von der Revision (1925)

p. 146—148, die opmerkt: „freies Ermessen" staat tegenover gebondenheid door de wet, niet tegenover het onderworpen zijn aan rechterlijke controle. Hij bestrijdt t. a. p. hen die uit het niet gebonden zijn door de wet bet niet onderworpen zijn aan rechterlijke controle als logisch noodzakelijke gevolgtrekking afleiden. Inderdaad is die gevolgtrekking niet logisch noodzakelijk, maar in den regel gaat toch het tweede met het eerste samen, in sommige landen krachtens wetsbepaling, in andere naar gewoonterecht, hier te kennen uit de jurisprudentie.

— Tusschen „Het" en „is" in te voegen: vrije of eindoordeel

P. 519 noot, reg. 7. — Na „269" in te voegen: Vgl. W. Jellinek,

Gesetz und Zweckmassigkeitserwagung (1913) p. 36—37,

89 jis p. 114, 188—189; Michoud (bij Inl. p. 58 geciteerd) p. 29 ja p. 105 v. o.

P. 519 noot, reg. 8 v. o. — Na „gesteld" in te voegen: Tegen de uitdrukking „vrij goedvinden" Boasson 1.1. p. 386 jIS p. 408— 409 (doch anders p. 10) en Jellinek 1. 1. p. 340—341. Vgl. B. C. de Savornin Lohman in H. N. J. V. 1925 II p. 6—7.

P. 522 § 2 (.Eindoordeel der besturende organen over hetgeen wenscheli/jk is).

Sluiten