Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«IJ

P. 536.

p. 55—57. Beiden zijn bestreden door Schepel aldaar p. 72—73. M. i. ziet deze over het hoofd dat een verordening partikuliere belangen kan raken zonder enkel die belangen te behartigen en dat het in dit opzicht niet de vraag is, wie het best de materie kan regelen, gelijk bij de begrenzing van Rijks-, provinciale en gemeente-huishouding. Zie nog, anders dan de Inl. 1.1., met uiteenloopende motiveering Kranenburg, Ned. Staatsr., 3e dr. II p. 233—234 en Bool (bij Inl. p. 525 noot geciteerd) p. 52—53.

P. 536 noot 1. — Toevoeging: Zie o. a. Ktg. Harderwijk 2 Maart 1915 W. 9777, W. B. A. 3446.

P. 536 noot 2, reg. 4. — Na „vernietigen." in te voegen: Alleen is toe te geven dat het soms zeer twijfelachtig is, ook ten aanzien van een bepaalde in art. 135 Gem.wet genoemde kategorie; zie b.v. aangaande de openbare zedelijkheid in onderling verband H. R. 8 en 29 Mei 1911 bij Inl. p. 534 vermeld, aangaande de openbare orde Ktg. Middelburg s. d. G.st. 3137 (5°) en de missive van den Min. v. Binn. Zaken van 17 Nov. 1903 G.st. 2805 (4°).

P. 537 reg. 3 v. b. — Bij „winkelsluiting" een noot: Ygl. de bij Inl. p. 536 reg. 1 v. o. vermelde vonnissen van het Amsterdamsche Kantongerecht van 1911. Zie nog H. R. 24 Juni 1918 W. 10307 p. 1 kol. 1—2, N. J. 1918 p. 807, W. B. A. 3636. Voor uiteenloopende gevallen H. R. 4 Maart 1918 W. 10254, N. J. 1918 p. 426, W. B. A. 3614; 29 Maart 1915 W. 9802, N. J. 1915 p. 756; 5 Okt. 1914 W. 9697 p. 3, N. J. 1914 p. 1293; 16 Maart 1914 W. 9636 p. 2—3, N. J. 1914 p. 749, G.st. 3276 (6°).

P. 537 tekst, reg. 13 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 19 Nov. 1928 W. 11922 p. 3 kol. 2—3, N. J. 1929 p. 564; 4 Juni 1928 W. 11862 p. 1—2, N. J. 1928 p. 1351, G.st. 4009 (10°); 18 Okt. 1926 W. 11581, N. J. 1926 p. 1221; 15 Okt. 1923 W. 11114, N. J. 1923 p. 1335, G.st. 3771 (9°); twee arresten van 7 Mei 1923 W. 11083 p. 1—2 en p. 2 kol. 1—2, N. J. 1923 p. 980

Sluiten