Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 539.

dier doelmatigheid. Ygl. nog Red. in W. 11389 p. 1 kol. 3. Naar het schijnt was H. R. 18 April 1911 (te vermelden bij Inl. p. 550 al. 1 i. f.) van oordeel dat de vraag, of een maatregel zeker belang betreft, er eene is louter van doelmatigheid.

P. 540 reg. 6 v. b. —Na „11" in te voegen: en Boasson p. 77—82

P. 541 tekst, reg. 16 v. o. — Na „307)." in te voegen: Ygl. Vos in Themis 1911 p. 47—51 jls p. 61—63, 65 68 en de daar p. 52—61 vermelde Pruisische jurisprudentie; W. B. A. 3354— 3365.

P. 541 al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. de door Boasson p. 333 en 335—337 geciteerde Fransche jurisprudentie; Michoud (bij Inl. p. 58 geciteerd) p. 34—36; Jellinek (bij Inl. p. 519 noot geciteerd) p. 77—79 ja p. 80 v- b., p. 297, 333 v. o. Het in de Inl. t. a. p. gezegde wordt m. i. miskend door Struycken (bij Inl. p. 493 geciteerd) p. 91; vgl. Inl. p. 582 v. o.—583.

P. 542 al. 2 i. f. — Toevoeging: Zie ook H. R. 2 Juni 1924 W. 11224, N. J. 1924 p. 901. Ygl. nog H. R. 4 Maart 1929 \Y. 11982 en 24 Juni 1929 W. 12032: de vraag, of het redelijk en toelaatbaar is een rooilijn vast te stellen, waarvan de gevolgen voor den eigenaar overeenkomen met die van een Raadsbesluit als art. 30 Woningwet op het oog heeft, raakt het algemeen belang, gesteld onder de hoede van den Koning. Uit die laatste woorden zal moeten worden afgeleid dat de Hooge Raad heeft bedoeld: de vraag komt hierop neer, of de verordening strijdt met het algemeen belang. (Die strijd is hier niet aanwezig, als het algemeen gemeentebelang de verordening noodig maakt).

P. 543 tekst, reg. 5 v. o. — Toevoeging: Vgl. voor een speciale vraag (strijd van oude stedelijke ordonnanties met nieuwe behoeften) Rb. Dordt 29 Sept. 1841 "W. 253.

P. 543 noot. — Toevoeging: De tegenwoordig vaak verkondigde meening dat de koninklijke vernietiging eener verordening wegens strijd met het algemeen belang rechtspraak zou zijn, omdat zij geschiedt wegens strijd met niet in de wet neer-

Sluiten