Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 552.

P. 552 reg. 17 v. b. i. f. — In te voegen: van 1896

P. 552 reg. 18 v. b. — In plaats van „verleent" lees nu: verleende

P. 552 tekst, reg. 11 v. o. — In plaats van „ontbraken" lees nu:

hadden ontbroken P. 552 no. 16 i. f. — Toevoeging: Bij dit no. 16 vgl. Boasson p. 101—102. Zie voorts (naar aanleiding van een feit, voorgevallen vóór het in werking treden van het Kon. Besluit van 1913 Stbl. 317) Rb. Leeuwarden 28 Okt. 1914 W. 9707, betreffende art. 19 (1° en 28°) van het Kon. Besluit van 1896 Stbl. 215 (vgl. thans artt. 132 vv. en 158 Kon. Besluit 1916 Stbl. 418). De Rechtbank overwoog aldus: deze [zooeven genoemde] voorschriften van 1896, die spreken van een doelmatige beschutting en van hetgeen ter voorkoming van gevaar wenschelijk is, zijn te vaag om de bedoeling aan te nemen het niet naleven er van rechtstreeks strafbaar te stellen. Zij dienen slechts tot grondslag van de voorschriften volgens art. 7 Veiligheidswet [1895 Stbl. 137, nu tekst 1915 Stbl. 304, vgl. art. 22 Kon. Besluit van 1896] te geven door het Distriktshoofd der arbeidsinspektie. Dus is enkel krachtens art. 19 lid 1 c dezer wet het niet naleven dier voorschriften strafbaar en is art. 19 lid 1 b alleen toepasselijk op de niet vage voorschriften van het Kon. Besluit, die geen nadere specificeering door het Distriktshoofd noodig hebben. Dit is niet slechts historisch te verklaren [hieromtrent zie het vonnis], maar ook overeenkomstig het stelsel der wet, dat meebrengt de doelmatigheid der door het Distriktshoofd gegeven voorschriften te onttrekken aan de beoordeeling der rechterlijke macht. — Dit vonnis is gecasseerd door H. R. 11 Jan. 1915 W. 9765, N. J. 1915 p. 421, op grond dat bovengenoemd art. 19 (1°) een zelfstandige verplichting oplegde, onafhankelijk van de voorschriften van het Distriktshoofd. Inderdaad had de Rechtbank, met het oog op een verkeerd opgestelde dagvaarding een bedenkelijke uitlegging gegeven aan wet en Kon. Besluit. Wel had de vervolging hier behooren te steunen op art. 19 lid 1 c, maar zij steunde op lid 1 b, wat enkel dan juist

Sluiten