Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 556.

schuldvordering), zich op verboden terrein zou begeven door feiten te waardeeren, waarvan het administratief gezag zich de waardeermg heeft voorbehouden, althans haar niet heeft toegekend aan de rechterlijke macht. Dit vonnis verwijst naar H. R. 29 Jan. 1926 met noot H. d. J. in W. 11479, zoodat de bedoeling van het Residentiegerecht schijnt te zijn geweest dat de Regeering naar eigen goedvinden de renumeratie der ambtenaren heeft vast te stellen en de rechterlijke macht dan niet mag beoordeelen of de Regeering daarbij is te werk gegaan naar billijkheid, goede trouw of gebruik; het beroep op deze werd door het vonnis ter zijde gesteld.

(III. Opmerkingen en litteratuur).

P. 556 tekst, reg. 3 v. o. — Bij „toegekend" een noot: Dat kan ook worden afgeleid uit H. R. 8 Febr. 1929 W. 11969, N. J. 1929 p. 378 (met noot E. M. M. p. 383—384), W. v. G. 8 p. 161 (zie Vos aldaar p. 153 kol. 2), uit H. R. 4 Maart 1918 W. 10254, N. J. 1918 p. 426, W. B. A. 3614 (over dit arrest zie Mulder, bij Inl. p. 556 noot te citeeren, p. 125—126) en uit H. R. 28 April 1913 (bij Inl. p. 537 reg. 13 v. o. geciteerd); voorts uit Hof Arnhem 16 Dec. 1886 W. 5432 (vernietigend Rb. Almelo 5 Okt. 1886 W. 5337) in verband met H. R. 7 Maart 1887 W. 5434, R.spr. 145 § 38, v. d. Hon. G. Z. 36 p. 290. Zie over deze strafprocedure Boasson p. 104—107. — In het geval van H. R. 16 Juni 1916 W. 10002 was het toen beweerde détournement de pouvoir niet aanwezig.

P. 556 noot. — Haüriou, lle dr. (1927) p. 419 —424; Laferrière, 2e dr. II p. 548—560, respektievelijk p. 559 v. o. — Verdere litteratuur: bij ons Boasson p. 313—330; Vos in Themis 1911 p. 65-80, in W. B. A. 3359—3364 en in W. v. G. 8 p. 153— 154; v. Elk in W. v. G. 8 p. 261—263; B. C. de Savornin Lohman in H. N. J. V. 1925 II p. 8—9; A. C. J. Mulder, De théorie van den détournement de pouvoir van den Franschen Conseil d'Etat, diss. Utrecht 1922 (vgl. W. 10978, R. Mag. 1923 p. 294—298). Mulder vermeldt p. 113—133 Nederlandsche

Sluiten