Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 559.

is het arrest geen bewuste afwijking van den hier in de Inl. geformuleerden stelregel onzer jurisprudentie.

P. 560 noot 2. — Toevoeging: Aangaande art. 11 A. B. vgl. Boasson, geciteerd bij Léon-v. Praag wet A. B. p. 215 v. o.

P. 561 reg. 1 v. b. — Bij „strafrechter" een noot: Vgl. Boasson p. 138—139. Hij gaat bij zijn kenschetsing der jurisprudentie van den Hoogen Raad m. i. te veel uit van de door hemzelf gekozen uitdrukking „bestuurstechnische term", waarvan hij p. 139 v. b. toegeeft dat de Hooge Raad haar niet tot richtsnoer heeft genomen. Ook is te twijfelen aan de juistheid van het door B. p. 139 noot 2 uitgesproken vermoeden.

P. 561 reg. 5 v. b. — Na „jurisprudentie" een noot: Nadat dit (in 1909) werd geschreven is de jurisprudentie op dit punt veranderd: H. R. 31 Jan. 1919 W. 10365, N. J. 1919 p. 161, W. P. N. R. 2564, waarbij vgl. de bij 'Inl. p. 439 al. 2 i. f. vermelde arresten van 1924 en 1928, uit welk laatste arrest is op te maken dat de Hooge Raad ook nu de in den tekst bedoelde beleidskwestie niet licht voor den burgerlijken rechter praejudicieel zal achten. Aangaande de praktijk tot 1923. vgl. W. H. Drost, Wettelijke aansprakelijkheid der overheid (1923) p. 20—38.

P. 562 noot 1. — Schepel 2e dr. p. 396—398.

P. 562 noot 2. — Toevoeging: Over de subjektieve rechten in verband met het z.g. freie Ermessen in de administratieve rechtspraak zie ook o. a. v. Laun 1. 1. p. 31—32, 95—98, 101—103; Jellinek in A. ö. R. 17 p. 469 en zijn Gesetz, etc. p. 115—117; Michoud 1. 1. p. 40—48.

P. 563 reg. 15 v. b. — Bij „niet" een noot: Vgl. bij het hier volgende Bijl" Hand11 Tweede Kamer 1914—1915 no. 47 (1°) p. 34, 36 jis p. 39—40; W. B. A. 3623 p. 1—2.

P. 563 noot 2, reg. 2. — Na „321" in te voegen: Vgl. ook v. Laun 1. 1. p. 204—205.

P. 563 noot 2. — Toevoeging: v. Laun 1. 1. p. 79—90; Krabbe

Sluiten