Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 586.

P. 586 noot, reg. 5 v. o. — Na „oordeelen" in te voegen: , behoudens het geval dat er geen verzekeringsplichtig bedrijf in de onderneming werd uitgeoefend, zie C. R. 21 Juli 1917 M. U. C. R. 2 p. 24, overigens beslissend als C. R. 21 Febr. 1908 en uitmakend dat de Rijksverzekeringsbank verplicht is van de machtiging gebruik te maken, welke opvatting de C. R. sedert heeft verlaten; vgl. hierna bij Inl. p. 587, het slot der noot bij p. 586.

P. 587. — Artt. 77, 76 lid 1, 37 lid 2 Ongev.wet, nu 83,82 (1°), 35 (3°).

P. 587 reg. 3 v. b. — Na „het" in te voegen: toen

P. 587 noot bij p. 586. — C. R. 27 April 1909 ook in C. Org. 6 p.' 454. — Aan het slot dezer noot toe te voegen: In Bijl" Hand" Tweede Kamer 1909—1910 no. 134 (4°) p. 3 is de uitspraak C. R. van 1903 bestreden. De C. R. heeft eerst zijn vroegere jurisprudentie gehandhaafd bij twee uitspraken van 15 Febr. 1910 W. Soc. Verzek. 1910 no. 8 (2° j° 1°) en 1.1. 4°, vernietigend de beslissingen in anderen zin van Raad van beroep Leeuwarden 9 Nov. 1909 1. 1. 3° (deze breed gemotiveerd). — Raad van beroep Amsterdam 1 Febr. 1912 W. Soc. Yerzek. 1912 no. 18 (1°) overwoog, met verwijzing naar de vroegere jurisprudentie dat de Raad van beroep niet mag onderzoeken, of de indeeling in een bepaalde klasse door de Rijksverzekeringsbank, daartoe bij Kon. Besluit gemachtigd, terecht beeft plaats gehad. Deze beslissing is vernietigd door C. R. 30 April 1912 1. 1. 2°, maar met een overweging, die niet strijdt met de vroegere jurisprudentie, daar de C. R. niet heeft gezegd dat de juistheid der indeeling ook dan zou mogen worden onderzocht, indien de indeeling geschied was overeenkomstig de koninklijke machtiging, voor welk geval de C. R. kennelijk aannam dat er dan zou zijn indeeling in de juiste klasse. De vroegere jurisprudentie, nog gevolgd door C. R. 17 Febr. 1916 M U. C. R. 1 p. 111 (vgl. C. R. 21 Juli 1917 geciteerd bij Inl. p. 586 noot reg. 5 v. o.), is verlaten door C. R. 27 Mei 1920 M. U. C. R. 5 p. 109, breed gemotiveerd

Sluiten