Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 608.

voeging: Vgl. nog v. Schoen in v. Holtzendorff's Enzyklop. der Rechtswiss. 7e dr. 4 (1914) p. 297—298.

P. 608 noot 2. — Toevoeging: Over onderlinge analogie en verschil der twee kwesties, a rechtsvraag of feitelijke vraag en b de vraag van het z.g. freie Ermessen zie Jellinek 1. 1. p. 6.

P. 608 noot 3. — O. Mayer 3e dr. I p. 159—162. — Vgl. nog Jellinek 1. 1. p. 327 jis p. 343—344; Vos in Themis 1911 p. 7—8, 15—63.

P. 609 reg. 8 v. b. —Bij „litteratuur" een noot: Ook in de buitenlandsche administratieve rechtspraak. Vandaar de van elkaar afwijkende beslissingen, vermeld bij v. Laun p. 28—30.

P. 609 noot 1. — Toevoeging: en Jellinek 1. 1. p. 39, 71.

P. 610 al. 1 i. f. — Toevoeging: Michoud 1.1. p. 38—40 verwerpt èn de tegenstelling tusschen vragen van wettigheid en doelmatigheid èn die tusschen rechts- en feitelijke vragen (anders b.v. diss. Baumgart p. 91). Hij doet dat voor de eerste, omdat de wettigheid van een maatregel somtijds afhangt van zijn doelmatigheid. Ten aanzien der tweede tegenstelling merkt hij tegen Jèze op dat de Conseil d'Etat in zekere zaak juist als feitelijk heeft aangemerkt wat J. voor een rechtsvraag houdt, terwijl de wettigheid van een maatregel kan afhangen van de gegeven feitelijke omstandigheden. Intusschen wordt de laatst bedoelde onderscheiding niet hierdoor veroordeeld dat men wel eens van opinie kan verschillen of zekere vraag een feitelijke is dan wel een rechtsvraag. Nog minder gaat het aan — en dit geldt voor beide onderscheidingen — ze te verwerpen, omdat de beantwoording der eene vraag somtijds kan afhangen van die der andere. Lang niet altijd is die afhankelijkheid aanwezig.

P. 610 tekst, reg. 1 v. o. — Bij „Swb." een noot: Andere gevallen vermeldt Boasson p. 390 noot 1 en p. 393.

P. 611 reg. 5 v. b. — Na „99" in te voegen: Zie nog de laatste twee overwegingen van Rb. Amsterdam 8 Jan. 1912 W. 9378,

Sluiten