Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 616.

recht (1927) p. 140—157, 385—388; Hatschek (bij Inl. p. 197 geciteerd)p. 362; Oertmann in D. Jur. Zeit. 1912 kol. 190—191 en in Vortrage der Gehe-Stiftung 4 (1912) Heft 2 p. 71—97;

0. Bühler, Die subjektiven öffentlichen Rechte (1914) p. 21—42, 162-222 (daarvan p. 40—42, 168-172, 202—205, 207, 210-212 tegen Jellinek); v. Verdross in Oesterr. Zeitscbr. f. öff. Recht 1 (1914) p. 616—644: Hofacker (bij Inl. p. 573 geciteerd) p. 15, 24—30, 185-261; Mannheim (bij Inl. p. 519noot geciteerd) p. 146—151; W. Burckhardt, Die Organisation der Rechtsgemein schalt (1927) p. 43—46. — Litteratuur in andere landen: Alexéeff in Rev. internat, de la théorie du droit 3 p. 195—219, speciaal p. 205—215, de bij Inl. p. 556 noot over détournement de pouvoir vermelde geschriften (van Andersen

1. 1. vgl. nog p. 281—290). In Ostrecht 2 p. 1132 wordt eeD Poolsch geschrift aangekondigd. — In Zeitscbr. f. öffentl. Recht 6 (1926) p. 32—34 zegt Plessing: de vraag is niet opgehelderd.

P. 616 i. f. — Toevoeging: Vgl. nog Vos in Themis 1911 p. 7—8, 15—42.

P. 617 § 3 (Eindoordeel der administratie over feitelijke omstandigheden).

P. 617 no. 24, reg. 3. — Tusschen „192" en „genoemde" in te voegen: , naast het door de verordening te betreffen belang,

P. 617 reg. 3 v. o. — Toevoeging: Bij dit no. 24 vgl. Boasson p. 43—46, die p. 44 ten onrechte spreekt van afwijkende beslissingen. In geen der door hem vermelde arresten is de Hooge Raad getreden in een onderzoek als dat, ongeoorloofd geacht door het in de Inl. geciteerde arrest van 1858. — Het door B. p. 43 v. o. genoemde arr. H. R. van 13 Okt. 1879 W. 4434 onderzocht enkel, of de verordening betrof de openbare orde en het algemeen belang. In de door B. p. 45 geciteerde arresten van 1893 en 1895 heeft de Hooge Raad niet zelfstandig onderzocht of aanwezig waren de in art. 192 Gem.wet gestelde vereischten buiten het openbaar belang, dat de verordening

Sluiten