Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 618.

dentie bij Boasson p. 50—54. Vgl. nog de door B. p. 331—332 geciteerde beslissing van het Fransche Hof van Cassatie, houdende dat de rechter mocht onderzoeken, of zekere door een gemeente verlangde retributie een vergoeding was voor gemaakte kosten.

P. 619 reg. 3 v. b. — In plaats van „5563" lees: 5463

P. 619 reg. 14 v. b. — De woorden „zoowel voor art. 240 nieuw Gem.wet, als" zijn nu te schrappen.

P. 620 reg. 2 v. b. — Toevoeging: en vgl. de noot bij Inl. p. 618 reg. 5 v. b.

P. 620 no. 25 i. f. — Toevoeging: en Boasson p. 91—92.

25 A. Naar aanleiding van art. 9 der tijdelijke bepalingen van de wet van 1915 Stbl. 533 is beslist door H. R. 26Febr. 1917 W. 10085 p. 1 kol. 1—2, N. J. 1917 p. 382 en door H. R. 1 Dec. 1919 N. J. 1920 p. 21 dat den rechter het oordeel toekomt over het al dan niet bij iemand aanwezig zijn op zeker oogenblik eener grootere hoeveelheid goederen dan redelijkerwijze noodig is voor huiselijk gebruik of voor zijn bedrijf, zijnde die beoordeeling niet aan een ander opgedragen.

P. 620 tekst, reg. 10 v. o. — Na „Armenwet" in te voegen: 1854

P. 622 al. 2 i. f. — Toevoeging: H. R. 7 Okt. 1926 (zie bij Inl. p. 355 reg. 3 v. o.) nam aan dat wel de rechterlijke macht moet uitgaan van de op art. 28 Armenwet 1912 Stbl. 165 steunende administratieve beslissing dat iemand arm is, maar dat hierdoor niet de bewijslast wordt omgekeerd bij een vordering tot verhaal, steunend op art. 63 dier wet in verband met artt. 376 vv. B. W., zoodat het daar bedoelde „behoeftig zijn" dan door het armbestuur is te bewijzen. "Vgl. voor art. 65 oud Armenwet 1912 in een geval, waarin er geen beoordeeling door de administratie in het spel was, H. R. 4 Juli 1927 W. 11717, N. J. 1927 p. 1171: of iemand arm was, had de rechter te beoordeelen.

P. 623 tekst, reg. 5 v. o. — Na „bestuur" in te voegen: Rb.

Sluiten