Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 652.

taak der rechterlijke macht behoort te beslissen of zekere kerk, die zich heeft onttrokken aan een grooter kerkverband, alleen is de zuiyere, rechtzinnige voortzetting van dat kerkverband en daarom alleen aanspraak heeft op den naam, dien dat kerkverband voert.

P. 653. B (Statuten van niet kerkelijke korporaties).

P. 653, b i. f. — Toevoeging: Vgl. bij dit vonnis (speciaal met het oog op het daarin gemaakte voorbehoud: „alleen op eischers verhouding tot de vereeniging van invloed") Rb. Boulognesur-Mer 11 Maart 1910, vermeld Revue trim. de droit civil 1910 p. 446 en Demogue's kritiek op dat vonnis. Ygl. voorts Rb. Amsterdam 13 Maart 1928 W. 11822, N. J. 1929 p. 68, onderzoekend of de door het bestuur van een begrafenisfonds aan een lid .wegens het belang van het fonds krachtens de statuten gedane opzegging van lidmaatschap in overeenstemming was met de goede trouw (redelijkheid).

P. 654 reg. 3 v. b. — Toevoeging: voorts Deliüs-in Verwaltungsarchiv 22 p. 223—231, 263.

P. 655 no. 58 i. f. — Toevoeging: Zie ook Hof Arnhem 7 Febr.

1923, Rb. Amsterdam 30 Nov. 1927 en Rb. Dordt 30 April

1924, alle bij Inl. p. 225 no. 18 al. 2 geciteerd. Voor Rb. Amsterdam 13 Maart 1928 zie bij Inl. p. 653. Aangaande Rb. Heerenveen 6 Mei 1904 W. 8114 zie Themis 1920 p. 186—187. Vgl. Rb. Zutphen 27 Sept. 1928 N. J. 1929 p. 794, vernietigend Ktg. Apeldoorn 14 Maart 1928 W. 11880, N. J. 1929 p. 742 en daarbij de door de Redaktie 1. 1. vermelde jurisprudentie. De beslissing der Rechtbank dat ingevolge het betrokken reglement de daarin bedoelde commissie van arbitrage, en niet de Rechtbank, ook in een vordering van het bestuur tegen een beboet lid tot betaling der boete had te beoordeelen, of die boete terecht was opgelegd, is betwistbaar. Vgl. Ktg.'s-Gravenhage 29 Dec. 1926 N. J. 1927 p. 1462. — Ygl. nog in D. Jur. Zeit. 1912 kol. 102 een arrest van het Berlijnsche Kammergericht van 2 Febr. 1911; verder Tbemis 1920 p. 312—

Sluiten