Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 655.

313 noot 163; Hof Poitiors 12 Juli 1894 S. et P. 1896. 1. 213 (214) en noot aldaar op Cass. 27 Jan. 1896. Ten aanzien eener reglementsbepaling, die het oordeel van een beambte der betrokken maatschappij tot vereischte maakte voor het doen ontstaan der verplichting van een lid tot betaling der boete, zie Hof Toulouse 14 Febr. 1895 S. et P. 1895, 2. 93 en ten aanzien van zulk een -bepaling, die het oordeel van den geneesheer der betrokken maatschappij tot vereischte maakte voor het doen ontstaan van een recht op pensioen, zie dat Hof, arrest van 28 Febr. 1901 S. et P. 1901. 2. 164 in verband met Cass. 22 Dec. 1902 1. 1. 1904. 1. 527. Daarover Demogue in Revue trim. de droit civil 1905 p. 137.

P. 655 tekst, reg. 9 v. o. — Bij „vennootschap" een noot: Ygl. ter zake eener vordering, door een naamlooze vennootschap ingesteld tegen sommige inschrijvers tot storting op hun aandeelen, waarbij de vraag ter sprake kwam of art. 47 oud Ned. W. v. K. toepasselijk was, in anderen geest, Rb. Brussel 18 Jan. 1909, zie W. 8903 p. 4.

P. 655 tekst, reg. 1 v. o. — Toevoeging: Vgl. de verwijzing hierna bij Inl. p. 659 al. 2 i. f.

P. 656. C (Contractueele bepalingen).

P. 656 al. 1 i. f. — De laatste regel van al. 1 is te schrappen.

P. 656 tekst, reg. 2 v. o. — In plaats van „27" lees: 7 (verwijzing naar Themis 1920, alwaar zie p. 34—37)

P. 656 noot bij p. 655. — Toevoeging: BI. R. 4 Juni 1920 W. 10603 (met noten Mff.), N. J. 1920 p. 712, overwoog dat de rechter de geldigheid van een besluit eener vergadering van aandeelhouders eener naamlooze vennootschap mag toetsen aan wet en statuten.

P. 656 noot 1. — Toevoeging: Zie ook op art. 1 R. O. onder G en Meijers in W. P. N. R. 2420 -2422.

P. 657 midden. — Het daar gezegde is geschreven voordat Meijers in W. P. N. R. 2421 p. 254 kol. 2—p. 255 en no. 2422 heeft aangetoond dat art. 1374 lid 3 B. W. niet enkel subjektieve,

Sluiten