Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 665.

Implicite (uitdrukkelijk de concl. O. M.) nam de Hooge Raad aan dat gemelde bepalingen het eindoordeel over de hier bedoelde vraag willen overlaten aan den Minister van Waterstaat (vgl. bij Inl. p. 604 noot al. 2).

P. 666 no. 4, al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. Rb. Utrecht 27 Jan. 1926 W. 11556: zoolang de door een bestuursdaad eener gemeente onrechtmatig benadeelde niet heeft aangeklopt bij alle [betrokken] organen der gemeente, die samen den wil der gemeente bepalen, moet een beroep op de rechterlijke macht worden afgewezen.

Naar aanleiding der Woningwet overwoog Hof Arnhem 28 Juni 1927 W. 11702, N. J. 1928 p. 79, W. v. G. 6 p. 317, dat die wet de procedure voor het verkrijgen eener bouwvergunning geheel regelt en dat een belanghebbende, zoolang hij deze administratieve procedure bij B. en W., Gemeenteraad en Kroon niet heeft gevolgd, niet-ontvankelijk is in een bij de rechterlijke macht ingestelde vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige weigering der vergunning, waarbij hij optreedt tegön de beslissing door B. en W. of den Gemeenteraad gegeven, al is de rechterlijke macht competent krachtens art. 2 R. O. Het Hof liet daar of de vordering ontvankelijk zou zijn nadat de administratieve procedure geheel zou zijn doorloopen. Op het hier bedoelde punt vereenigt zich met dit arrest M. M. v. Praag in W. v. G. 6 p. 375. Anders in cassatie de concl. O. M. vóór H. R. 27 April 1928 W. 11831, N. J. 1928 p. 1244 (de Hooge Raad liet, wegens gemis van belang in cassatie, er zich niet over uit). In het slot der gemelde conclusie oppert de Advocaat-Generaal Besiek twijfel over de vraag, of de rechterlijke macht een vordering tot onrechtmatigverklaring eener bestuursdaad kan onderzoeken, indien tegen die daad een administratieve [administratiefrechterlijke] instantie openstaat. — Vgl. hierna bij Inl. p. 667 no. 5 i. f.

P. 667 reg. 16 v. b. — Na „16)." in te voegen: Ten aanzien

Sluiten