Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 670.

Bij Hoofdstuk XIX (Gebondenheid der administratie aan beslissingen der rechterlijke macht).

P. 671 reg. 7 v. o. — Na „26." in te voegen: M. M. Fayolle, La force exécutoire des décisions de justice a 1'encontre des administrations publiques, diss. Nancy 1926. Zij handelt voornamelijk over de executabele kracht der beslissingen in administratieve rechtspraak; zie echter voor die der rechterlijke macht aldaar p. 20—22, 32—36, 77—79, 81—82, 160—166, 168—180.

P. 672 reg. 3 v. b. — Na „(1913) p." in te voegen: 445—448, Principes 3e dr. I p. 264—268. — Na „475" in te voegen: vgl. nu Principes 3e dr. I p. 278—282, 285-292, 300—305, Revue du dr. publ. 1919 p. 505—507 jis p. 513-514, met de verwijzingen aldaar (die Revue 1924 p. 208—214 korrespondeert met Pr. 1. 1. p. 278—282).

P. 672 reg. 6 v. b. — Toevoeging: Voor Duitschland vgl. Kormann in Jahrb. des öffentl. Rechts 7 p. 12—13.-

P. 674 reg. 2 v. o. — Toevoeging: Vgl. voorts Fokker in H. N. J. V. 1897 I p. 169. — In den geest van den Hoogen Raad, voor een niet op de wet steunend bevel aan den griffier der Rechtbank, Rb. Amsterdam 26 Sept. 1924 N. J. 1925 p! 27.

— In Oost-Indië zie Raad van Just. Soerabaja 9 Maart 1927 Ind. T. v. h. Recht 126 p. 432.

P. 675 no. 2 i. f. — Toevoeging: Rb. 's-Hertogenbosch 17 Jan. 1919 N. J. 1919 p. 1233 beval de doorhaling van een in strijd met de wet in het register opgenomen akte van een ambtenaar van den burgerlijken stand (geen partij in het proces) na overweging dat uit art. 70 B. W. redelijkerwijze is op te maken dat het in zulk een geval die doorhaling wil. M. i. is die uitlegging van het artikel betwistbaar en bevat het een leemte, die aanleiding geeft tot de Inl. p. 692 no. 10 gestelde vraag.

— Vgl. verder Rb. 's-Gravenhage 24 Sept. 1841 en in anderen zin Ktg. 's-Gravenhage s. d., beide in W. 226, R.spr. 10 § 71; de Rechtbank las in art. 390 vv. B. W. implicite de machtiging

Sluiten