Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 690.

woording reeds meebrengt. — Op een anderen grond is het vonnis vernietigd door Hof 's-Gravenhage 11 Febr. 1926, waartegen H. R. 29 Juni 1928 de cassatie verwierp (beide arresten zijn bij Inl. p. 612 noot vermeld). Ygl. Rb. Rotterdam 3 Nov.

1919 bij Inl. p. 692.

Rb. Amsterdam 12 Febr. 1926 W. 11519, N. J. 1926 p. 401, achtte wel de rechterlijke macht bevoegd voor een vordering tot schadevergoeding, die berust op handelingen van het administratief gezag, maar overwoog fiat het niet tot de taak der rechterlijke macht behoort een sententia mere declaratoria uit te spreken op het gebied van het administratieve recht of aan de administratie bevelen te geven op haar terrein.

P. 690 noot. — Toevoeging: Zie Rb. Breda 25 Okt. 1921 N. J. 1922 p. 1144, in dezelfde aangelegenheid reëele executie toestaande, op motief dat de gedaagde gemeente geen verbetering in den toestand had gebracht na het Bossche arrest vau 1914 en er nu een prikkel daartoe noodig was. Ygl. Hof Brussel 13 Okt. 1821, vermeld in de Remarques achter Heneion de Pansey, De 1'autorité judiciaire en France, ed. Brussel 1829, p. 506—50/ jis p. 505—506. — In R. Mag. 1929 Suppl. p. 118—123 meent Harthoorn dat de schadevergoeding hier enkel in geld mag bestaan. Hij ontkent dat de rechterlijke macht ten deze administratieve rechtspraak uitoefent en is van oordeel dat niet alleen het Haagsche vonnis van 10 Febr. 1925 (zie bij Inl. p. 690 al. 1), maar alle rechterlijke beslissingen, welke aan de administratie een positief bevel geven, dat niet steunt op een speciale wetsbepaling, onjuist zijn. Daaronder rangschikt hij ook de beide arresten van den Hoogen Raad van 7 Mei en van 31 Dec. 1915 en hij meent dat H. R. 7 Dec. 1928 (geciteerd bij Inl. p. 665 al. 2) zich op een ander standpunt heeft gesteld dan die twee arresten van 1915. Maar hierbij ziet hij over het hoofd dat het arrest van 1928 met de speciale regeling der wet van 1904 is gemotiveerd. Ygl. ook G. K. in AY. 12039 p. 7 kol. 3 v. b.

Sluiten