Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 691.

P. 691 al. 1 i. f. — In plaats van „§ 4" lees: (verwijzing naar Grenzen, alwaar zie p. 120 — 122).

P. 692 reg. 1 v. b. — Toevoeging: Vgl. het Inl. p. 90 v. o. en 681 v. o. vermelde vonnis Rb. Maastricht van 11 Jan. 1856 W. 1770, G.st. 254. In gelijken geest ten aanzien van bevelen tot amotie aan polderbesturen, de Regeering bij de vaststelling der wet R. O., zie v. d. Honert, Handb. B. Rv. p. 5 kol. 1.

Rb. 's-Gravenhage 25 Juni 1918 N. J. 1920 p. 569, gewezen naar aanleiding der Distributiewet, overwoog met het oog op de competentie der rechterlijke macht in een vordering tot schadevergoeding tegen den Staat wegens onrechtmatige inbeslagneming dat het onverschillig was dat bij toewijzing dier vordering de in beslag genomen zaak zou worden onttrokken aan de door den Staat daaraan gegeven bestemming en er dus inbreuk zou worden gemaakt op een maatregel van het administratief gezag.

Rb. Rotterdam 3 Nov. 1919 W. 10558, N. J. 1920 p. 736, overwoog omtrent de ontvankelijkheid van een grondeigenaar in zijn vordering tegen een waterschap tot herstel in den vorigen toestand van eischers afgegraven grond, dat geen wetsbepaling den eigenaar het recht ontzegt zulk herstel te verlangen van een publiekrechtelijk lichaam, belast met het beheer van den betrokken dijk.

P. 693 noot 1. Toevoeging: Vgl. nog W. Burckhardt, Die Lücken des Gesetzes (1925) p. 6—45, 84-85.

P. 694 noot 1. — Hauriou, lle dr. (1927) p. 967—969.

P. 694 noot 2. — Jèze, zie nu diens Principes 3e dr. I p. 283-284, 292—294. — Toevoeging aan die noot: Vgl. bij Inl. p. 338 reg. 9 v. b.

P. 697 tekst, reg. 6 v. o. — Bij „aannemen" een noot: Vgl. Hand" Tweede Kamer 1917—1918 p. 530 kol. 1, 547 kol. 2, 552 kol. 2 553 kol. 1 en naar aanleiding daarvan Red. in W. 10184 p. 1 kol. 2.

Sluiten