Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 751.

P. 751 h. — Toevoeging: Bij Juridiction no. 230 vgl. Wehberg in R. D. I. L. 1926 p. 360—370.

.P. 751 i. — Toevoeging: Bij Juridiction no. 231 vgl. Rb. Rome Jan. 1927 J. D. I. 1928 p. 504.

P. 752 no. 38. — Toevoeging: Bij Juridiction no. 244 zie Léonv. Praag 1. 1. no. 3 r en de bij Inl. p. 742 vermelde briefwisseling van 1928. Vgl. nog R. D. I. L. 1921 p. 67—82, 1928 p. 540—549; R. D. I. Pr. 23 p. 258-260,272—275,432—463; A. J. I. L. 19 p. 469—474. In de buitenlandsche jurisprudentie: Rb. Genève 10 Juni 1926 J. D. I. 1927 p. 1175; Rb. Seine 15 Febr. 1921 J. D. I. 1921 p. 531, D. I. Pr. 20 p. 56 (het Leger des Heils heeft geen recht op exterritorialiteit); Hoogger. Hof Polen 29 Jan. 1925 B. I. I. 16 no. 5193 (gelijke beslissing voor het Roode Kruis).

P. 753 reg. 10 v. b. — Bij „binnenvallen" een noot: Vgl. nog o. a. Brit. Yearb. of Internat. Law 1920 — 1921 p. 45—96, 1925 p. 144—158; Fedozzi in Ree. Ac. 1925 V (1928) p. 176—

222; Annuaire de 1'Institut 33 p. 191 vv.; J. Kohler,

Internat.' Strafrecht (1917) p. 237—243; Travers, Droit pénal internat. I no. 239 i. f., 252, II nos. 806, 811, 886 i. f., 887— 893, 896-912, 916—917.

P. 753 tekst, reg. 9 v. o. — Bij „91" een noot: Naar aanleiding der uitvoering van de Noord-Amerikaansche drankwetgeving heeft de Nederlandsche Min. v. Buit. Zaken 1 Juni 1923 een nota gezonden (zie A. J. I. L. 23, spec. Suppl. p. 311), waarin de jurisdiktie van een Staat over de vreemde schepen, die in zijn territoriale wateren komen, wordt erkend, doch met de bijvoeging dat de comitas gentium en het internationale verkeer beperking eischen der uitoefening van die jurisdiktie tot hetgeen invloed heeft op de orde in en de waardigheid van den oever-Staat of op de orde in de haven, waar het schip binnenvalt. Vgl. de antwoorden der Nederlandsche Regeering, vernield in het bij Inl. p. 719 geciteerde rapport voor den Volkenbond op punten XII en XV, p. 84 en 100 (= p. 180—181).

Sluiten