Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inl. p. 12.

risatie aangewezen. Tot analogische toepassing der Duitsche competentiebepalingen was er geen reden. Bij ons is de rechter die competent is voor de ingestelde vordering, ook bevoegd tot het nemen der hem niet door ons recht onttrokken maatregelen, noodig voor zijn beslissing, dat zou hier" zijn geweest de bepaling van het bedrag der valorisatie. Daarom zou het geval dat eischer zich zonder gemeLde analogische toepassing geen recht hebben kunnen verschaffen, bij ontvankelijkheid der vordering zich niet hebben voorgedaan. En het is te betwijfelen of het zich ooit zou voordoen.

Inl. p. 18, Suppl. p. 16 reg. 8 v. o. — Na „ten onrechte" in te voegen: Yg], nog R. Neuner, Internationale Zustandigkeit (1929) p. 45 v. o.—46. Naar aanleiding van het door hem gezegde is voor ons recht op te merken dat, al brengt gemis van jurisdiktie niet mee dat het vonnis nietig is, toch dat vonnis dan niet dengene bindt, die aan 's rechters jurisdiktie niet is onderworpen, zoodat dit vonnis voor hem geen gezag van gewijsde kan hebben. Daaruit volgt dat men in dit geval niet omgekeerd mag uitgaan van den regel dat het gezag van gewijsde,' dat anders aan een vonnis toekomt, de gebreken dekt, die aan dat vonnis kunnen kleven. Wij hebben geen wetsbepaling, die tot een andere gevolgtrekking zou moeten leiden; uit artt. 1953 en 1954 B. W. is zij niet noodzakelijk op te maken.

Inl. p. 24 no. 3. „Incompetentie". Zie echter thans bij Inl. p. 75, Suppl. p. 45 no. 82.

Inl. p. 26, Suppl. p. 23 reg. 2 v. o. — Toevoeging eener nieuwe alinea: De vordering zelf tot ontruiming, ingesteld wegens het beëindigd zijn der huur, zoo noodig met haar ontbinding, bestaat uit een primaire tot ontruiming en een subsidiaire tot ontbinding (en dientengevolge ontruiming), zoodat de competentie van den Kantonrechter voor beide afzonderlijk is te bepalen: Hof 's-Gravenhage 9 Jan. 1928 N. J. 1930 p. 354. Ygl. bij R. O. 2e ged. p. 429 en 455,

Sluiten