Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 21.

1925 W. 11715, N. J. 1925 p. 964; Rb. Amsterdam 29 Juni 1927 N. J. 1927 p. 1197; Stoop in Adv.bl. 11 p. 95—98; L. A. v. Ittersum, Het bindend advies, diss. Utrecht 1927 (vgl. W. P. N. R. B006 p. 544—545).

P. 21 noot, reg. 2 v. o. — In plaats van „183" lees: 163.

P. 21 noot i. f. — Toevoeging: Het reg. 8—9 dezer noot vermelde arrest Hof 's-Hertogenbosch van 21 Nov. 1922 is gecasseerd door H. R. 11 Jan. 1924 W. 11165 (met noten W. N.), N. J. 1924 p. 294, waarbij vgl. H. R. 14 Maart 1929 W. 11963, N. J. 1929 p. 1382. — Rij het reg. 10 v. o. vermelde vonnis Rb. Amsterdam van 6 Febr. 1922 vgl. Hof 's-Gravenhage 11 Dec. 1922 W. 11145. — Rb. Amsterdam 27 Okt. 1922 (reg. 9 v. o. geciteerd) ook in W. 11071; vgl. Rb. Utrecht 20 Dec. 1922 W. 11098, N. J. 1923 p. 1013. — Rij Themis 1919 p. 431 noot 2 vgl. voor het Raliaansche recht Ascarelli in Internat. Jahrb. für Schiedsgerichtswesen 1 (1926) p. 91—94. — Rij Themis 1919 p. 442 vgl. Rb. Amsterdam 1 Mei 1925 (zie bij R. U. p. 21 tekst). Bij Themis 1919 p. 466-469 en 1920 p. 4-8, 39 -40, 43 vgl. Meijers en v. Praag in W. P. N. R. 2866, 2867, 2880. - Rij Themis 1919 p. 467-470 vgl. Ktg. Amsterdam 11 Juni 1923 (zie bij R. O. p. 21 tekst). - Bij Themis 1919 p. 469 vgl. Rb. 's-Gravenhage 19 Maart 1925 W. 11484. — Rij Themis 1919 p. 470 noot 47 i. v. m. p. 460-461 vgl. H. R. 11 Jan. 1924 (zie boven bij Hof 's-Hertogenbosch 21 Nov. 1922). - Rij Themis 1920 p. 12 noot 76 zie o a Rb. Leeuwarden 9 Nov. 1927 W. 11757 (met noot W. N.), N. J. 1928 ]». 76; Rb. Utrecht 15 April 1925 W. 11459; Ktg. Breda 4 Nov. 1925 W. 11462, N. J. 1926 p. 925. — Rij Themis 1920 p. 28 v. o. zie Hof Amsterdam 25 Febr. 1925 W. 11349. — Rij Themis 1920 p. 41—43 zie Hof's-Gravenhage 11 Dec. 1922 W. 11145; Rb. 's-Gravenhage 23 Juni 1925W. 11631, N. J. 1925 p. 1186. — Rij Themis 1920 p. 44 zie Hof's-Gravenhage 14 April 1927 W 11961 en Rb. 's-Gravenhage, zooeven geciteerd. — Rij lhemisl920 p. 163-164 noot 116 zie nog Rb. Zutphen 27 Sept. 1928 N. J. 1929 p. 744 anders dan het vonnis a quo, Ktg. Apeldoorn 14 Maart 1928 W. 11880, N. J. 1929 p. 742 op het punt der beslissing eener partij in eigen zaak (die toen echter niet bij wijze van rechtspraak werd gegeven, daargelaten of een bestuur eener corporatie met deze is te vereenzelvigen). — Rij Themis 1920 p. 177 noot zie H. R. 29 Nov. 1923 W. 11147 (met noten Mff.), N. J. 1924 p 129, "W. P. N. R. 2830 (met noot E. M. M.); H. R. 20 Maart 192;> W~ 11395 (met noten H. r>. J.), N. J. 1925 p. 642; noten P. S. in N. J.1928 p. 1631—1632 en 1929 p. 79. — Rij Themis 1920 p. 193 noot 153 zie Rb. Amsterdam 22 Okt. 1923 N. J. 1924 p. 107. — Rij Themis 1920 p. 316 noot 166 zie H. R. 14 Maart 1929 W. 11963, N. J. 1929 p. 1382 (met 2 noten

Sluiten