Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 26.

p. 245 noot 2 vgl. nog Rb. Rotterdam 12 Dec. 1928 W. 11958. — Bij 1.1. p. 247 vgl. Scheltema in W. P. N. R. 3137 p. 62 noot 16 en daarbij no. 3139 p. 99. — Bij 1. 1. p. 249 noot 2: Rb. Utrecht 7 Nov. 1923 W. 11237, N. J. 1924 p. 605; R. Zutphen 12 Mei 1921 W. 10671. - Bij 1.1. p. 250: Hof 's-Hertogenbosch 2 Jan. 1924 W. 11171, N. J. 1924 p. 310. Rb. Rotterdam 23 Jan. 1925 N. J. 1925 p. 947 volgde de jurisprudentie van den Hoogen Raad en week af van haar R. Mag. 1920 p. 250 vermeld vonnis van 1915. De Rechtbank overwoog dat de vordering tot vanwaardeverklaring slechts toewijsbaar is bij een ontvankelijke hoofdvordering. Ook Rb. Amsterdam 8 Febr. 1926 N. J. 1926 p. 1198 volgde het arrest H. R. van 17 Mei 1918. De vernietiging van dit vonnis door Hof Amsterdam 20 Maart 1928 W. 11813, N. J. 1930 p. 66, steunde op de interpretatie van het contract 1). — Bij R. Mag. 1920 p. 244 en 245 noten zie Hof Amsterdam 30 Nov. 1920 W. 10679, N. J. 1921 p. 438; Rb. Groningen 22 Okt. 1926 W. 11606, N. J. 1927 p. 581; Rb. Middelburg 14 Nov. 1923 W..11124; Rb. Roermond 14 Juni 1923 N. J. 1924 p. 444; Rb. Rotterdam 27 Juni 1923 N. J. 1924 p. 75, 13 Dec. 1923 N. J. J 924 p. 1224, 26 Juni 1925 N. J. 1925 p. 1237, 30 Okt. 1925 N. J. 1925 p. 1208; Rb. Utrecht 7 Nov. 1923 (zooeven geciteerd) en 17 Nov. 1926 N. J. 1927 p. 572 (vgl. dit vonnis mede bij R. Mag. 1920 p. 250). — Zie voorts C. G. Bijleveldt, Tenuitvoerlegging van buitenlandsche arbitrale vonnissen, diss. Utrecht 1921 p. 49—53; Scheltema in W. P. N. R. 3137 p. 61—64. — Ktg. Maastricht 8 Juni 1928 W. 12021 verklaarde zich onbevoegd wegens contractueele bevoegdverklaring eener buitenlandsche Rechtbank. — Bij R. Mag. 1920 p. 241 noot vgl. nog Hof Milaan 3 Juni 1922 J. D. I. 1923

1) Dit contract luidde te dien opzichte nagenoeg als dat van de zaak, berecht door Rb. Haarlem 11 Febr. 1908 P. v. J. 719, vermeld bij Inl. R. O. p. 12. Maar de overwegingen van het arrest van 1928 aangaande de Z. P. O. betroffen niet Nederlandsche rechtsmacht, doch enkel de ontvankelijkheid der vordering ingevolge het contract (vgl. het vonnis a quo). Daarom zijn deze beslissingen niet t. a. p. mede opgenomen.

Sluiten