Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 41.

P. 41 reg. 5 v. o. — Na „dagvaarding" in te voegen: en conclusie van eisch.

P. 42 reg. 7 v. b. — Toevoeging: Vgl. Hof 's-Gravenbage 5 Jan. 1925 W. 11503, N. J. 1925 p. 402: Een tegen de wegens schending van eigendom ingestelde vordering door den Staat gedaan beroep op art. 57 Grw. (opperbestuur der buitenlandsche betrekkingen) kan de rechterlijke macht niet onbevoegd maken.

P. 42 reg. 10 v. b. — Na „42." in te voegen: Vgl. nog Rb. 's-Gravenbage 10 Dec. 1929 W. 12120, N. J. 1930 p. 459.

P. 45 reg. 4—5 v. b. — O. Mayek, 3e dr. p. 68—69.

P. 45 no. 12, al. 2. — O. Mayer. In den 3" dr. is deze plaats niet overgenomen.

P. 48 reg. 1 v. o. — Toevoeging: Bij de Themis 1922 1. 1. vermelde litteratuur te voegen: Asser—Scholten 1. 1. II, 6e dr. p. 121—122; Staal in N. J.bl. 2 p. 165—171, 189—194. Vgl. H. R. 3 Febr. 1928 W. 11811 (met noot H. d. J.), N. J. 1928 p. 700 (met noot P. S.), de cassatie verwerpend tegen Hof Arnhem 23 Febr. 1927 W. 11688, N. J. 1927 p. 1100; H. R. 29 Okt. 1928 W. 11892, N. J. 1928 p. 1548 (met noot v. Di,tok), waarbij zie D. S. in W. 11896 p. 4 en Romelingh in N. J.bl. 3 p. 898; H. R. 4 Maart 1929 W. 11975 p. 4 kol. 2—3, N. J. 1929 p. 723. De in die arresten door den H. R. aangenomen leer dat een weg enkel met den wil der overheid openbaar kan worden sluit aanvaarding van het publiekrechtelijk karakter dier openbaarheid in. Over het bedenkelijke van die leer voor de praktijk zie Bijl" Hand" Tweede Kamer 1929—1930 no. 24 (4° A i). Rb. Arnhem 12 Dec. 1929 W. 12097 volgde den H. R. — Voor Duitschland vgl. nog W. Jellinek, Verwaltungsrecht, le dr. (1928) p. 489—490 ja p. 492; voor Oostenrijk Satter in Zeitschr. für öffentl. Recht 7 p. 545—557.

P. 52 19 A. Zie E no. 15.

P. 60 reg. 2 v. o. — Toevoeging: Dienaangaande vgl. R. O. p. 72 v. b.

P. 61. E. Daaruit voortspruitende rechten.

P. 65 reg. 15 v. o. — Na „art. 2" in te voegen: Over het recht

Sluiten