Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 125.

P. 125 no. 33 i. f- — Toevoeging: Ygl. voorts in Duitschland

RG. 13 Juni 1927 E. Z. S. 117 p. 236.

P. 128 reg. 14—15 v. b. — Asser-Scholten I, 6e dr. (1929) p. 588—591.

p 129 reg. 2—3 v. b. — De wet van 1841 Stbl. 40 is nu vervallen, zie Comptabiliteitswet 1927 Stbl. 259. Vgl. bij Inl. R. O. p. 68 no. 60 i. f.

P. 130 reg. 4 en 6 v. b. — In plaats van „meebrengen en van „thans" lees nu respektievelijk: „meebrachten en „daarna

P. 130 reg. 16 v. b. — Na „verheven" in te voegen: Vgl. Rb. 's-Gravenhage 19 Noy. 1925 W. 11446 naar aanleiding van artt. 39, 44, 52, 53 en 60 der nu vervallen wet van 1841 Stbl. 40. p ^4 reg. i v. o. — Na „11030" in te voegen: het Almelosche vonnis bevestigd door Hof Arnhem 14 Mei 1924 W. 11196,

N. J. 1924 p. 658 P. 136 reg. 4 v. o. — Na no. 37 toe te voegen: 38. Over het

recht tot het leggen van beslag zie bij R. O. p. 105. H. Straffen.

P. 138 reg. 12—10 v. o. — v. Hamel 4e dr. p. 446—449; Simons

5e dr. I p. 349—351 (4e dr. p. 327—329, niet: 326—327). P. 138 reg. 5—4 v. o. — Duguit 2e dr. III p. 253—262 (litteratuur p. 259 en 261).

P 139 no. 8. — Toevoeging: Zie nog Maandblad voor Berechting en Reclasseering 1927 p. 340—342, 1928 p. 129—134, 1929 p. 173—186; N. J.bl. 3 p. 609—616 jis p. 625—631, 4 p. 53—62,

84. 92; voor Duitschland en Oostenrijk de Verhandlungen \ an

den 359teD Deutschen Juristentag 1928.

p Art. 3.

P. 145 reg. 17 v. b. — Na no. 3 toe te voegen: 3A. . Zie hierna

bij art. 57 Regl. I no. 4 (bij R. O. p. 832).

P. 145 reg. 2 v. o. — Na „225" in te voegen: en voor de geschiedenis der instelling in R. Mag. 1927 p. 1—46.

Sluiten