Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»1J

P. 157.

in verband met artt. 57—58 Regl. I zie Blok-Besier 1. 1. I p. 64.

Art. 6a.

Het stelsel van dit artikel [leden 8 en 4] is dat de ambtenaar van het O. M. bij een Kantongerecht alleen dan door een aangewezen Kantonrechter-plaatsvervanger wordt vervangen, als in zijn vervanging niet is voorzien door de aanwijzing van een beëedigd klerk ten parkette. Is zulk een klerk aangewezen, dan is hij de vervanger van bedoelden ambtenaar en kan hij niet weer worden vervangen door een aangewezen Kantonrechter-plaatsvervanger.

H. R. 4 Febr. 1929 W. 11965 p. 3 kol. 2, N. J. 1929 p. 664. — De Hooge Raad liet niet als tegenargument het tijdverlies gelden, ontstaande doordat de klerk niet bij tijds ter plaatse kan komen, noch een argumentatie uit art. 6 lid 2.

Art. 7.

P. 157 no. 3 i. f. —Toevoeging: Anders StarBusmann, Hoofdst" B. Rv. IV (1930) no. 396.

P. 158 reg. 2 v. b. — Na „1849" in te voegen: en no. 2 op art. 21 (R. O. p. 182, zie hieronder.)

P. 159. Artt. 11—14.

P. 159 reg. 9 v. o. — Toevoeging: Vgl. W. 11920 p. 4, verder een Duitsche wet van 27 Dec. 1927 en daarbij D. Jur. Zeit. 1929 kol. 144—148. — Art. 13 lid 2 R. O. is gewijzigd bij art. 117 wet 1925 Stbl. 308.

Art. 15.

P. 160 reg. 11 v. b. — Na „245" in te voegen: [nu artt. 244 vv., doch vgl. Stbl. 1929 no. 388 en aanstaande vernummeringj

Art. 17.

P. 160 reg. 11 v. o. — Toevoeging: 11215 p. 4,11222 p. 4 (i. v. m. D. Jur. Zeit. 1924 kol. 605), W. 11350 p. 4 kol. 2, 11391

Sluiten