Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ü1J

P. 175.

p. 643, contra O. M.—Molengraaff (vgl. ook de concl. O. M.) wijst er op dat het arrest van 1927 afwijkt van die van 1923 en van H. R. 13 Mei 1897 (R. O. p. 173 v. o. geciteerd). Ygl. H. R. 16 Aug. 1929 W. 12029 (met noot Mff.), N. J. 1929 p. 1555.

Bij Witteman diss. p. 95—96 zie Hesse in Themis 1923 p. 142 v. b. en vgl. concl. O. M. vóór H. R. 2 Jan. 1924 W. 11214.

P. 176 reg. 7 v. b. — Artt. 355 lid 2 en 345 lid 1 Sv. 1921, nu artt. 359 lid 2 en 349 lid 1.

P. 176 reg. 15 v. b. — Bij „249" een noot: Ygl. bij R. O. p. 178 de verwijzing naar de jurisprudentie op art. 359 Sv.

P. 177 reg. 9 v. o. en p. 178 reg. 10 v. b. — Artt. 355—356 Sv. 1921, nu artt. 359—360.

P. 178 reg. 10 v. b. — Naar aanleiding van art. 359 Sv. 1925 zie W. 11474 p. 1—2, 11657 p. 1; Besier in N. J.bl. 1 p. 523—528 en zijn noten in N. J. 1926 p. 632, p. 726—727 en p. 728 op H. R. 10 Mei, 21 en 7 Juni 1926, N. J. 1927 p. 343—344 op H. R. 21 Febr. 1927; H. R. 29 Nov. 1926 W. 11624, N. J. 1927 p. 43; Taverne in T. v. S. 37 p. 210—263 en zijn noot in N. J. 1929 p. 1414 op H. R. 22 Okt. 1928.

P. 178 reg. 14 v. b. — Na „84" in te voegen: (vgl. het bij R. O. p. 175 geciteerde arr. H. R. van 16 Aug. 1929)

P. 179 reg. 4 v. b. — Toevoeging: Ygl. nog Goltdammer's Archiv für ... Strafrecht 1876 p. 209 — 213.

P. 179 reg. 7 v. b. — Na „Grw." in te voegen: Yooral voor het geval dat de Hooge Raad krachtens art. 105 in een strafzaak ten principale rechtspreekt vgl. Büchenbacher in AV. 12105 p. 8.

P. 179 reg. 10 v. b. — Toevoeging: Vgl. nog de Leeuw in Themis 1927 p. 1—8, 19; noot 1 E. M. M. in N. J. 1927 p. 664 Op H. R. 28 Jan. 1927 (zie bij R. O. p. 173 reg. 14 v. o.). Verder H. R. 11 Nov. 1925 W 11447 p. 1—2: naar art. 16 wet 1914 Stbl. 564 is een uitspraak slechts dan genoegzaam met redenen omkleed, als de motiveering in staat stelt te beoordeelen of de wet juist is toegepast. Dus moet er uit blijken

Sluiten