Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j-uj

P. 185.

Stiftung 49, German. Abteil. p. 437 (in een aankondiging eener Hamburgsche dissertatie van 1927).

P. 185 reg. 3 v. o. — Toevoeging: 3. Dat artt. 26 en 27 zijn nageleefd behoeft niet uit de rechterlijke uitspraak te blijken.

H. R. 7 Maart 1927 W. 11657 p. 2-3, N. J. 1927 p. 425; 31 Jan. 1927 W. 11648 p. 5, N. J. 1927 p. 311—312; 17 Jan. 1927 W. 11637, N. J. 1927 p. 189.

Art. 27.

P. 186 reg. 15 v. o. — Toevoeging: Haymann in Festg. für R. Stammler (1926) p. 409—429.

Art. 28.

P. 186 reg. 11 v. o. — Toevoeging: Red. in W. 11894 p. 8 kol. 2. — Vgl. voor Zwitserland Coester in Preussische Jahrbücher 216 p. 30—35.

TWEEDE AFDEELING.

Van de Kantongerechten

P. 187 reg. 9 v. b. — Na „Asser" in te voegen: De lege ferenda

W. 11878 p. 4, 11883 p. 8 P. 187 reg. 12 v. b. — Na „1923)" in te voegen: Supplem. 1924 en 4® dr. 1926

P. 187 reg. 16 v. b. — Na „1911" in te voegen: In D. Jur. Zeit. 1926 kol. 759 een aankondiging van W. Pischel, Der Einzelrichter . . . 1925.

Art. 32.

P. 188 reg. 10 v. b. — Art. 482 Sv. 1921, nu art. 510. P. 188 reg. 14 v. o. — „thans" vervalt.

P. 188 reg. 13 v. o. — Na „221" in te voegen: en 222. —Toevoeging: en 29 Sept. 1924 W. 11256, N. J. 1924 p. 1079 kol. 2. Zie voorts het met artt. 350, 358, 398 Sv. 1925 gemo-

Sluiten