Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«ij

P. 200.

P. 200 reg. 4 v. o. — Na „ook" in te voegen: Rb. Amsterdam 3 Nov. 1924, zie bij R. O. p. 244, no. 18 c (5°); Rb. Rotterdam 17 Mei 1929 N. J. 1929 p. 1302; Ktg. Assen 12 Febr. 1925 W. 11403, vgl. bij R. O. p. 356 (no. 14 i. f.).

P. 201 ïeg. 8 v. b. Na „Verder" in te voegen: Hof Amsterdam 16 Dec. 1924 W. 11314;

P. 201 reg. 16 v. b. — Na „6631" in te voegen: Rb. 's-Gravenhage 17 Nov. 1925 W. 11529, N. J. 1928 p. 466, overwoog dat een vonnis van een Kantonrechter op een vordering van ruim f 63 niet onvatbaar wordt voor hooger beroep doordat gedaagde een tegen vordering van meer dan f 40 aanvoert. P. 202 al. 1 i. f. — Gaupp-Stein zie Stein-Jonas 12e dr. I p. 39 (1°). P. 203 C. Waarde of beloop der rechtsvordering.

P. 203 reg. 13 v. o. — Toevoeging: speciaal waarde van terugvorderingen.

P. 205 reg. 5 v. b. — Toevoeging: Vgl. no. 3 op art. 39A en daarbij no. 2 op art. 39 B.

P. 205 reg. 4 v. o. — Toevoeging: alsmede H. R. 29 Okt. 1925 (zie bij R, O. p. 282 reg. 4 v. b.)

P. 206 reg. 6 v. b. — Na „vlgg." in te voegen: Raad v. Just. Semarang, vonnissen van 12 en 26 Febr. 1926 Ind. Tijdschr. v. h. Recht 124 p. 60 en 63, was van oordeel dat enkel die vorderingen van bepaalde waarde zijn, aan welke gedaagde kan voldoen door afgifte eener bepaalde waarde aan geld of goed. Hierin ligt opgesloten dat een vordering tot recbtserkenning (zie R. O. p. 207 — 211) steeds van onbepaalde waarde zou zijn, wat m. i. niet het geval is. Maar hoewel in de eerste hier genoemde zaak zulk een vordering was ingesteld, was daaraan toegevoegd een vordering tot medewerking bij de oveischrijving van onroerend goed. Die vordering is inderdaad van onbepaalde waarde, gelijk ook de in de tweede zaak ingestelde eisch tot ontruiming. Daarom zijn de twee beslissingen juist, hoe men ook denke over haar motiveering.

P. 207 no. 4 i. f. — Toevoeging: c. De waarde der rechtsvorde-

Sluiten