Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bil

P. 209.

door eiscber naar aanleiding van een bij de wet verboden beding (van z.g. sleutelgeld) afgegeven accepten, elk van f 100, f 300 beloopt, daar eischer uitspraak verlangt over de geldigheid der verbintenis tot betaling van f 300, waarvan de beslissing over het verschuldigd geweest zijn der f 200 afhangt. — Heeft de Rechtbank hier terecht aangenomen dat eischer uitspraak verlangde over de geldigheid eener verbintenis van f 300? Voor een bevestigend antwoord kan men aanvoeren dat de accepten een verbintenis behelsden ter versterking der oorspronkelijke overeenkomst en het onderling verband der verbintenissen uit de accepten en die uit de bedoelde overeenkomst zoodanig was dat het niet geldig bestaan dier overeenkomst hier het gevolg moest hebben dat ook aan de versterkende overeenkomst onderwerp of oorzaak ontbrak (vgl. Asserv. Goudoever, Handl. N. B. R. III, 1, 2e dr. p. 333 ja p. 332) of ruimer geformuleerd dat ook de versterkende verbintenis ongeldig was. Daaruit is dan af te leiden dat een eventueele bindende rechterlijke erkenning van de verbintenis uit accept zou insluiten bindende erkenning der verbintenis uit de oorspronkelijke overeenkomst. Dus zou de rechter, die een vordering tot betaling van één der accepten zou toewijzen daardoor bindend beslissen dat de verbintenis van f 300 rechtsgeldig was ontstaan (vgl. bij R. O. p. 364 no. 20 B). Echter is daarmee nog niet uitgemaakt dat een terugvordering na betaling van een accept, als die terugvordering steunt op ontkenning der onderliggende verbintenis, zelf op die bindende ontkenning door den rechter is gericht met gevolg dat diens toewijzing der terugvordering deze bindende ontkenning zou insluiten. Men kan eenerzijds van oordeel zijn dat hier de ontkenning door eischer van de onderliggende verbintenis een van de vordering zelf af te scheiden grond voor haar is, zoodat, als men niet de tegenwoordig door den Hoogen Raad in zijn, bij Inl. R. O. p. 159 reg. 7 v. o. geciteerd, arrest van 19 Nov. 1926 aanvaarde leer huldigt, waarnaar ook zuiver praejudicieele beslissingen door

Sluiten