Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 209.

eischer verlangd, gezag van gewijsde hebben, de beslissing over de ontkende onderliggende verbintenis dat gezag niet zou verkrijgen. Maar men kan van den anderen kant hiertegen zeggen dat de vraag naar het gezag van gewijsde der louter praejudicieele beslissingen hier niet behoeft te worden opgeworpen, als men aanneemt dat de werkelijke strekking der terugvordering, steunend op ontkenning der onderliggende verbintenis, is ook die verbintenis door den rechter bindend te laten ontkennen, dit omdat de aantasting der verbintenis uit accept hier juist beoogt de onderliggende verbintenis mede aan te tasten. Bij deze opvatting is eischers ontkenning der onderliggende verbintenis een van de hier ingestelde terugvordering onafscheidelijke grondslag en de beslissing daarop niet die van een voorvraag. Ygl. voor een analoog geval R. Mag. 1922 p. 484—485. Neemt men dit standpunt in of dat van den H. R. in 1926, dan is het Haagsche vonnis van 1924 juist.

Een gelijke kwestie kan zich voordoen bij een terugvordering van één of meer termijnen, o. a. van huurtermijnen, als men voor een eisch tot betaling van zulk een termijn aanneemt dat zijn waarde niet noodzakelijk dezelfde is als die van den termijn (zie R. O. p. 213 vv. met Supplem.). Rb. 's-Gravenhage 29 Juni 1925 W. 11487 heeft overwogen dat de samenvoeging van meerdere betaalde huurtermijnen in de dagvaarding tot terugbetaling van f 187 niet teweegbrengt dat de rechter ook zou beslissen over een eventueel uit latere termijnen na betaling voortspruitende terugvordering, waarover de dan rechtdoende rechter zelfstandig zou hebben te oordeelen. Dit laatste (het gezag van gewijsde) is hier het punt in kwestie, de samenvoeging bijzaak, daar ook zonder deze de vraag dezelfde blijft. Ook als er slechts één termijn wordt teruggevorderd opgrond dat alle termijnen niet of slechts gedeeltelijk verschuldigd zouden zijn of worden, kan men volhouden dat in dit geval de terugvordering van dien éénen termijn strekt tot het verkrijgen eener bindende rechterlijke ontkenning van het recht

Sluiten