Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 215.

W. 12027 p. 7, voorts R. Mag. 1922 p. 505—506. — Bij i vgl. f (R. O. p. 214) en daarbij hierboven.

P. 216 no. 8 i. f. — Toevoeging: l. Heeft gedaagde bij een telkens voor één jaar geldend, van jaar tot jaar verlengd, contract zich verplicht tot betaling van f 50 per maand tegen een contraprestatie door het bureau voor auteursrecht, dat nu drie, op 1 Maart, 1 April en 1 Mei verschenen, termijnen van f 50 met boete opvordert, terwijl het contract nog loopt tot 1 Januari daaraanvolgende, zoodat er nog tien termijnen onvoldaan zijn, dan is het onderwerp der vordering, behoudens de boete, f 500 waard.

Ktg. Amsterdam 21 Nov. 1927 W. 11798. — De Kantonrechter verklaarde zich onbevoegd. Of de rechtstitel betwist was, blijkt niet uit W. 1. 1.; dit was van belang, nu een gedeelte eener inschuld van meer dan f 200 werd gevorderd.

wi. — Ten opzichte van de terugvordering van betaalde termijnen als onverschuldigd, zie het bij R. O. p. 209 daaromtrent aangeteekende.

P. 219 reg. 15 v. b. — Toevoeging: e. Vgl. bij R. O. p. 244 reg. 7 v. o. 6° en 7°.

P. 219 reg. 16 v. b. — In plaats van „12—16" lees: 12—14.

P. 220 reg. 12 v. b. — Na „Amsterdam" in te voegen: 15 Dec. 1926 N. J. 1928 p. 18, 2 Juni 1626 W. 11551, 18 Febr. 1925 W. 11350,

P. 220 reg. 4 v. o. — Na ,,'s-Hertogenbosch" in te voegen: 16 Okt. 1928 W. 11912,

P. 221 al. 1 i. f. — Toevoeging: Hof's-Gravenhage 18 Febr. 1929 W. 12040, N. J. 1929 p. ] 065, heeft wel, evenals de Hooge Raad o. a. in 1916, niet appellabel geacht het vonnis op een vordering, die in eersten aanleg is verminderd tot beneden het appellabel bedrag, maar dit anders gemotiveerd. Ook het Hof ging uit van het oogenblik, waarop de rechter in eersten aanleg van de vordering kennis neemt. Maar het Hof wees daarvoor aan het oogenblik, waarop dien rechter de stukken tot het wijzen van zijn vonnis zijn overgelegd. Dat leidt voor

Sluiten