Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 273.

P. 273 reg. 5 v. o. — Na „Rb." in te voegen: Alkmaar 22 April 1926, bij p. 265 geciteerd; Rb.

P. 273 reg. 3 v. o. — Na „7556;" in te voegen: Rb. Maastricht 16 Juni 1927 N. J. 1927 p. 1057 (eisch tot betaling 1° van een bedrag beneden de f 200 voor schade, geleden tot zekeren datum en 2° van schadevergoeding, op te maken bij staat voor de sedert geleden schade); Rb. Rotterdam 12 Dec. 1927 W. 11819, N. J. 1928 p. 1297.

P. 275 reg. 2 v. b. — Toevoeging: Ygl. voor de subsidiair onbepaald gevorderde schadevergoeding bij R. O. p. 271 no. 38 c en voor de subsidiair (voorwaardelijk) tot een bedrag beneden het appellabele beperkte schadevergoeding Rb. Amsterdam 3^ Febr. 1928, bij R. O. p. 224 vermeld.

P. L276 reg. 14 v. b. — Na „349" in te voegen: Zie Hof 's-Hertogenbosch 27 April 1926 W. 11640: staat de omvang of waarde der verplichting, waarvoor rekening en verantwoording wordt gevorderd, nog niet vast, dan is die vordering van onbepaalde waarde. En die waarde wordt niet gefixeerd door een bijgevoegde vordering tot astreinte niet hooger dan het appellabele bedrag (vgl. R. O. p. 273 no. 39 b).

P. 280 reg. 10 v. b. — Toevoeging: Ygl. nog Rb. Amsterdam 25 Mei 1928 W. 12011: van onbepaalde waarde, dus ter competentie der Rechtbank, is de vordering tot betaling van 1683.90 Fr. frcs. in Fransch of Nederlandsch geld tegen den koers van den dag der betaling. Want het is onzeker of op dien dag de waarde niet boven de f 200 zal zijn, daar de stabilisatie van den Fr. frc. van overheidswege wel bevorderd, maar niet verzekerd kan worden. Vgl. hierbij Hof Amsterdam 3 Jan. 1930 (niet gepubliceerd) betreffende een vordering van 1344 Czechovaaksche Kronen, waarvoor het Hof, met verwerping van het door appellant gevolgde betoog in W. P. N. R. 2812 p. 621—622, den Kantonrechter onbevoegd achtte omdat, al was er met het oog op de pariteitswaarde der Kroon (± f 7.41) een redelijke verwachting dat de vordering de f 200 niet te

Sluiten