Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 297.

faillissement. T. a. p. in de noot worden nog de bij R. O. p. 293 reg. 14 v. b. vermelde arresten van 1867 en 1872 genoemd. Dat van 1911 nam aan: de regel is appellabiliteit, waarop enkel krachtens wetsbepaling uitzonderingen bestaan. Zie voorts (Japiot, enz.).

P. 298. Art. 38.

De voorafgaande „A" moet worden verplaatst als hier volgt.

A. De aanhef. — Uitsonderingen op art. 38.

P. 299 reg. 4 v. b. — Na „Vgl." in te voegen: Rb. 's-Gravenhage 8 Dec. 1891 W. 6123;

P. 299 reg. 7 v. o. — Toevoeging: Over de strekking van art. 38 zie H. R. 19 Nov. 1926, bij R. O. p. 344 te vermelden.

P. 301 reg. 9 v. b. — Na „1507" in te voegen: Bij gemelde arresten van 1881 en 1882 sluit zich aan Ktg. Hilversum 3 Mei 1927 W. 11694.

P. 302 reg. 6 v. b. — Toevoeging: Zoo ook overwoog Rb. 's-Gravenhage 15 Nov. 1927 W. 11806, N. J. 1928 p. 1093 dat art. 246 Alg. wet is een onderdeel van de artt. 245 en 253, die fiscaal procesrecht regelen, dat alleen geldt voor den Staat, als deze tot vervolging overgaat. De Rechtbank vernietigde Ktg. 's-Gravenhage 28 Nov. 1924 W. 11276, welk vonnis in anderen zin had beslist en voor een vordering beneden de f 200, tegen den Staat ingesteld o. a. wegens het onrechtmatig terughouden van goederen, de Rechtbank en niet den Kantonrechter bevoegd had geacht.

P. 303 B. Art. 38 no. 1.

P. 304 noot. Asser-Scholten II, 6e dr. (1927) p. 34—35; SuYLiNG- I, 1, 2e dr. (1927) p. 67—70 jis p. 76—79 (nos. 55—56 j° no. 61); Planiol, Traité élém. I, lle dr. 1928 (dezelfde nos. aangevuld) en zijn Traité pratique de droit civil fr. III (1926) nos. 36—45; Colin et Capitant 2e dr. I (1919) p. 101 — 106, II (1920) p. 1—2.

Sluiten