Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 304.

P. 304 noot, reg. 11 v. o. — Na „voorts" in te voegen: André de la Porte, v. Vollenhoven en Meijers in Ind. Tijdschr. v. h. Recht 122 p. 1 w., speciaal p. 18—21; J. H. v. Meürs, De verhouding van Romeins en hedendaags recht; rede Groningen 1925 p. 8—12; A. Hertzog, Die juriste-obsessies

sakelike reg diss. Leiden 1929; F. Geny, Science et

Technique .... III (1921) p. 230, 232-242; E. Ehrlich, Die juristische Logik, le dr. (1918) p. 60—61; W. Fuchs in Revue internat, de la théorie dudroit3p. 17—51; Gorovtseff in Revue du droit public 1925 p. 210—224; Dwistjanskyj in Jahrb. f. Dogm. 78 p. 87—137. Onlangs zijn verschenen W. Reicher, Absolute und relative Rechte (1929, vertaald uit het Russisch); Bonnecase, Suppl. V (1930) op Baudry-Lacantinerie's Traité, p. 10—83 jls 84 vv. Verder zie (Roguin enz.).

P. 305 reg. 4 v. b. — v. Rossem I 2e dr. p. 242 (1°), 3e dr. p. 271 (1°).

P. 305 tekst, reg. 5 v. o. — Hierbij een noot: Vgl. bij R. O. p. 336.

P. 306 reg. 16—17 v. b. — Suyling I, 2, 2e dr. (1928) p. 25—27 (nos. 321 — 322).

P. 308 reg. 17 v. o. — Toevoeging: 3 A. De eisch van den Ontvanger der Directe Belastingen, ingesteld tegen den curator in het faillissement van een werkgever, die krachtens art. 7 Invorderingswet 1845 Stbl. 22 (gewijzigd 1923 Stbl. 91) ter voldoening aan de hem beteekende vordering wegens belastingschuld van den werknemer, op het dezen verschuldigde loon een deel had ingehouden en die gelden afzonderlijk bewaard, welke eisch strekt tot afgifte dier penningen, is niet de zakelijke eigendomsvordering, doch een personeele.

Ktg. Bergen op Zoom 17 Dec. 1924 W. 11459, R. B. A. 14 p. 20.

P. 309 reg. 6—7 v. b. — Schepel 2e dr. p. 335.

P. 309 reg. 1 v. o. — Toevoeging: Vgl. H. R. 11 April 1924 W. 11285, N. J. 1924 p. 646 en de concl. O. M. vóór dit arrest;

Sluiten