Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 309.

Rb. Utrecht 3 Juni 1925 W. 11508 ; Schepel 1.1. 2e dr. p. 344— 345; ook R. O. p. 312 v. o.

P. 310 reg. 13 v. o. — Toevoeging: Vgl. J. C. de Meyere, Oude nog bestaande zakelijke rechten, diss. Leiden 1928 p. 196 198 en daarbij B. M. Telders in Tijdschr. voor Rechtsgeschiedenis 9 p. 208 (V°).

P. 312 reg. 6 v. o. — Schepel 2e dr. p. 335 v. o., 339—346.

P. 314 reg. 8 v. b. — Toevoeging: Vgl. nog Telders 1.1. p. 195 (/). Hij is het niet eens met het arr. H. R. van 1849. — Hof Amsterdam 24 Nov. 1925 W. 11448, N. J. 1926 p. 1196 heeft het in dit no. 8 bedoelde precario als publiekrechtelijk aangemerkt. Terecht, zooals blijkt uit W. v. G. 9 p. 45—48. Wegens het door de Blécourt (no. 8 i. f. geciteerd) gezegde had ik, hoewel aarzelend, het no. gerangschikt onder die over privaatrechtelijke zakelijke lasten.

P. 315 reg. 6—5 v. o. — Asser-Scholten II 6e dr. p. 301—302. — Hierna in te voegen: de Meijere (bij p. 310 geciteerd) p. 191 en 208 vv., waarbij vgl. Telders 1. 1. p. 194—196;

P. 316 reg. 1 v. b. — Na „Anders" in te voegen: du Chesne in D. Jur. Zeit. 1925 kol. 576 — 578 en

P. 316 reg. 8—9 v. b. — Colin et Capitant 2e dr. I p. 699.

P. 317 reg. 6 v. b. — Toevoeging: Zie voorts de Meyere 1. 1. p. 199—214 en vgl. bij R. O. p. 339.

P. 318 reg. 4—5 v. b. — Asser-Scholten II 6e dr. p. 294.

P. 318 reg. 7 v. b. en reg. 15 v. o. — Na „196", respektievelijk „3—4" in te voegen: Telders 1. 1. p. 196, respektievelijk (IV a) en (IV b)

P. 318 reg. 9 v. o. Na „Vgl." in te voegen: de Meyere 1.1. p. 215—217; Telders 1. 1. p. 193 v. o.—194 en

P. 319 reg. 10 v. o. — Na „H. R.)" in te voegen: Echter heeft Scholten in den 6n dr. p. 287—288 zijn meening gewijzigd (personeele vordering met zakelijk verhaalsrecht).

P. 320 reg. 7 v. o. — Suyling 1,1, 2e dr. p. 76—79 (nos. 61—62).

P. 322 reg. 7 v. b. — Toevoeging: Dit vonnis van 1878 is voor

Sluiten